Als positiviteit steeds vaker plaatsmaakt voor negatieve gedachtes, je niet meer naar buiten durft en suïcidale gedachten eerder regel dan uitzondering zijn: wat doe je dan? “Zo normaal mogelijk proberen door te leven en het er vooral met niemand over hebben”, antwoordde veelbelovend volleybaltalent Bloem van Lier. Op 15-jarige leeftijd stortte ze mentaal helemaal in nadat de situatie een kookpunt bereikte.
Had dit anders gekund? Wat had ik moeten doen? Hoe hadden anderen aan mij kunnen merken dat ik hiermee zat? Zomaar een paar vragen die nog steeds door Bloems hoofd spoken. En ze is niet de enige. Topsporters lopen dagelijks tegen een legio barrières aan wanneer ze op zoek zijn naar hulp bij mentale klachten. De grootste is het taboe: het erkennen van psychische problemen, er open over zijn en die stap naar begeleiding zetten.
Hoe groot is het hardnekkige stigma in de topsport tegenwoordig nog, nu de hoeveelheid aandacht voor mentale gezondheid groter lijkt dan ooit? Het tonen van kwetsbaarheid, maar tegelijkertijd presteren in een harde sportcultuur lijken namelijk niet bepaald hand in hand te gaan, of zit dat anders? In een serie verhalen ga ik dieper in op het taboe: wat merken jonge topsporters hiervan, welke rol hebben coaches en in welke sport zijn spelers juist wél openhartig over mentale problemen?
Benieuwd naar de afloop van Bloems verhaal, het doorzettingsvermogen van Hylke de Boer (foto) en de andere artikelen? De verhalen zijn te vinden op de website de Prijs van Presteren en het Instagramaccount.

