Alsjeblieft, 100.000 uur extra voor de gehandicaptenzorg

Wie de ontwikkelingen in de zorg volgt via de media, er over spreekt met de buurvrouw of ze hoort op een verjaardag, heeft waarschijnlijk geen rooskleurig beeld van de sector. Het beeld van veel mensen die wérken in de gehandicaptenzorg, is overigens niet veel zonniger. De huidige ‘onpersoonlijke’ manier van werken, het ‘wanbeleid van het management’ en, uiteraard, ‘het vre-se-lijke overheidsbeleid’, maken ‘kwaliteit bieden onmogelijk’. ‘Er móet een zak geld bij.’

 

Maar is dit echt zo? Is extra geld de enige oplossing? Of zijn er andere mogelijkheden?

 

‘Alsjeblieft, 100.000 uur extra voor de gehandicaptenzorg’ bekijkt de zorg vanaf de werkvloer. We laten in het midden of de besluiten en visie van management en overheid juist zijn. Daar hebben we op de werkvloer immers nauwelijks invloed op. We hebben geen invloed op de hoeveelheid tijd, geld of middelen die er zijn. Waar we wél invloed op hebben, is hoe we dat inzetten. En daar liggen zeker kansen.

 

In deze videoreportage onderzoeken we deze kansen. Maken we wel voldoende gebruik van technologie? Welke rol hebben cliënten eigenlijk? En gaan we eigenlijk wel écht voor kansen, als dat betekent dat we anders moeten werken? De kansen die we onderzoeken in deze film vragen om zelfkritiek en om een beetje verandering. En daar zijn we niet gek op in de zorg. We vingerwijzen liever naar het management of de overheid, dan dat we kritisch kijken naar onszelf.

 

Hoewel we in de reportage kritisch zijn op de zorg, is het vooral een positieve film. We constateren niet alleen, maar kijken ook naar oplossingen. Hoe kunnen we de zorg beter en efficiënter maken zonder dat het hele systeem op de kop moet? Wat kunnen we nú direct doen? Een kleine wijziging kan een enorm gevolg hebben.

 

‘Alsjeblieft, 100.000 uur extra voor de gehandicaptenzorg’ is de afstudeervideoreportage van Johan Reitsma. Naast journalist is hij werkzaam in de gehandicaptenzorg.

Discussieer mee via Facebook
Volg Johan Reitsma via WordPress en Twitter: