Adel in het Noorden

Met mijn vingers strijk ik over de jurken die zachtjes ritselen onder mijn aanraking. Bonte bloemenprinten, lieflijk kant en glinsterend goud glijdt voorbij. ‘Kijk, dat is de jurk van Anna van Hannover en die witte, die grote, die is van Sissi,’ vertelt Albert ondertussen. ‘Dit is nog een originele jurk, ruik maar. En zie je die zwaarden? Daarvoor hebben we zelfs een wapenvergunning nodig.’ Ik luister maar met een half oor, verbouwereerd door al wat glanst en schittert en één moment denk ik aan de prinsessenjurk van vroeger, die ik na lang zeuren van mijn ouders kreeg en waar ik het liefst ook mee naar bed ging – met mijn moeders’ veel te grote trouwschoenen aan mijn voeten. Hier hangen honderden prinsessenjurken uit mijn meisjesdromen. Achter elkaar op een rij. Vier lange rekken vol. Van de jurken en pakken van de belangrijkste vorsten tot de kostuums van de hofhouding. ‘En dit is nog niet eens alles…’

                                                                                                _62J5817bewerkt2kopie

 

Het is 1687. Warme vioolklanken dwarrelen op en neer langs de fluweelrode gordijnen, de gouden kroonluchters die zacht heen en weer zwiepen, de gezichten op de portretten aan de muur die de boel eeuwig nauwlettend in de gaten lijken te houden. Langs de zilveren schalen met exotische vruchten en geschoten wild, glanzend bestek en glimmend servies, de torenhoge wit gepoederde kapsels met daarin veren, pluimen en fonkelende juwelen en langs de weelderige jurken van zacht zijde die door de balzaal zwieren. Welkom in de oogverblindende, majestueuze wereld van jonkheren, gravinnen, baronnen en koningen. Welkom in de wereld van la noblesse in Friesland, Groningen en Drenthe.

‘Ach, die adel, is dat nog wel wat?’ Ik hoor het menigeen denken. En dat is ook niet zo vreemd. Want wie zijn die mysterieuze edelen dan? Hoe zijn ze ontstaan en waar komen ze vandaan? Zien en gezien worden, daar draaide de adel ooit om. Koninklijke huizen met schitterende tuinen, gouden koetsen, stallen vol met glanzende paarden, een enorme hofhouding, overdadige feesten en wonderlijke jurken à la Marie-Antoinette. Ze vervulden machtige functies, ondersteunden de koningen en zwaaiden de scepter over het platteland. Maar met de tijd kwam er steeds meer kritiek op de edelen. Hooghartig en verwaand, waren ze. Het enige waar ze zich om bekommerden was hun eigen hachje – hun statige panden en dikke bolides die door een chauffeur werden bestuurd. Maar het volk dan? Waren zij minder? Hadden zij geen rechten? Hadden zij geen stem? Langzaam verloor de adel hun privileges tot ze op dezelfde trede als de “gewone mens” kwamen te staan. Graaf of boer, het maakte geen verschil meer. Je moest net zo hard je best doen als “Jan en alleman”. Aristocratie werd een scheldwoord, de adel werd veracht. Eenzaam en verlaten bleven zij, die hoog geboren waren, achter. Ze verstopten zich, kropen weg in hun statige huizen, verhulden hun predicaten, verzwegen hun naam. Onzichtbaar werd de adel, alsof ze nooit een rol van betekenis hadden gespeeld. Het aantal edelen was nog nooit zo laag geweest. ‘Tijdens de Republiek gedecimeerd, in 1814 tweedehands gecreëerd, in 1848 gemummificeerd, en thans gemarginaliseerd,’ vatte journalist Bastiaan Bommeljé de stand van zaken bondig samen.

Tot de adel plots weer begon op te leven. Het mocht weer, het kon weer! En dat is maar goed ook. Want onze Noordelijke provincies huisvesten de prachtigste verhalen die juist verteld moeten worden. Wist jij dat onze Willem-Alexander een directe afstammeling is van Maria Louise, vorstin van Friesland, Groningen en Drenthe? Ken jij het tragische leven dat ze leefde, het verdriet dat ze leed? Heb jij ooit geproefd van een adellijk diner? De ruisende, glimmende en weelderige jurken van de adel gezien? Gelogeerd als de koning te rijk in een adellijke Bed & Breakfast? Kruip op de bank onder een warm plaid, met knabbels en een dampende kop thee binnen handbereik, en reis terug in de tijd naar je mooiste kinderdromen over prinsen op witte paarden, ridders met zwaarden, paleizen, kastelen, parels, juwelen en andere Sisi-achtige taferelen. Geen jurk, diner of Koningsdag zal nog hetzelfde zijn. Luister, huiver, lees en leer. Want er is nog zoveel dat je niet wist…

Klik hier om alle adellijke verhalen te lezen. Of spring in mijn gouden koets en ga met me mee op reis om te zien wat ik allemaal heb meegemaakt tijdens het maken van deze afstudeerproductie op Facebook.

 

Alleen op de wereld, zo zal ze zich gevoeld hebben. In een vreemde stad, in een vreemd land met een vreemde taal. In Leeuwarden, te Friesland. Zo ver van huis en zo oneindig ver van alles wat ze lief had. ‘Maar het geloof sleepte Maria Louise erdoorheen, haar vertrouwen in God hield haar op de been.’ En ze moest ook. De ogen van het volk waren op haar gericht, of eigenlijk vooral op het bollende buikje onder haar jurk, waar een klein wondertje in groeide. Dat kleine, hulpeloze baby’tje was de laatste hoop. Zou het ditmaal een jongetje worden? Zou de Oranje-dynastie gered kunnen worden? Het Oranje-geslacht kon immers alleen in mannelijke lijn worden voortgezet. Achtenveertig dagen na de dood van zijn vader, op 1 september 1711, werd een klein kereltje geboren. ‘Wat een feest, wat een opluchting! Een nieuwe erfstadhouder was geboren, het Oranjehuis was gered!’ glimlacht Bearn Bilker. Maria Louise noemde het kleine, Friese prinsje Willem Karel Hendrik Friso.

collage 2