Categorie: Homepage

Vuurwerk en voetbal, wat mag nog wel?

Over twee weken staat het derde Supporterscongres, georganiseerd door Supporterscollectief Nederland, op het programma op de KNVB campus in Zeist. De UEFA, politie, supporters en de KNVB zullen een paneldiscussie houden over hoe om te gaan met vuurwerk. Laatstgenoemde berichtte vorige maand dat er een strengere aanpak tegen het afsteken van vuurwerk komt.

Het is een discussie die al langer speelt, maar de KNVB wil nu doordrukken. Matthijs Keuning, een van de initiatiefnemers achter Supporterscollectief Nederland, hoopt dat het kan blijven bij het faciliteren van vuurwerk, in plaats van het uitbannen ervan. In gesprek met hem en Daan Schippers, persvoorlichter van de KNVB, werden de verschillende meningen duidelijk.

 

 

Het is slechts een voorbeeld van een meningsverschil tussen voetbalsupporters en de KNVB en andere partijen. Supporters voelen zich soms onjuist behandeld, en vinden zelfs dat hen onrecht wordt aangedaan. Keuning en Schippers over dit gevoelige onderwerp.

 

 

Volgens Keuning zit de Nederlandse supporterscultuur een beetje tussen Engeland en Duitsland in. In Duitsland, waar hij wel eens wedstrijden bezoekt, zie je grotere getalen supporters die de uitvakken vullen. “Voetbal is daar echt nog een veel belangrijker deel van het leven. Er is ook meer vrijheid. Zo is er bijvoorbeeld vrijwel altijd vrij vervoer, ook al is het onder politiebegeleiding.”

Die vele politie-inzet is een belangrijke reden waarom die vrijheid er in Duitsland wel is en in Nederland niet. “In Nederland vinden we dat maatschappelijk niet verantwoord. Ik denk ook dat we in Nederland met veel minder ook wel af kunnen.”

Keuning denkt dat voor verandering gewenning erg belangrijk is. “De eerste keer dat je zoiets doet, zoals vrij vervoer, dat zal wennen zijn. Er zal ook heus wel eens wat mis gaan, maar bij tachtig procent van de wedstrijden is er geen bijzondere rivaliteit en moet dat gewoon kunnen.” Hoe het er in Duitsland aan toe gaat, zie je hieronder.

Anders dan in Nederland dus. Hoe het zich hier gaat ontwikkelen is afwachten, maar er is in ieder geval genoeg te verwachten van het supporterscongres.

Rechten van voetbalsupporters geschonden?

Begin november werden supporters van Willem II in Amsterdam vastgehouden op het centraal station. Weinig eten en drinken, geen toiletten en geen bewegingsruimte. Werden hier mensenrechten geschonden?

Volgens Matthijs Keuning, initiatiefnemer van het Supporterscollectief Nederland wel. “Dat zijn wel de verhalen die wij horen. Als je urenlang wordt vastgehouden zonder eten of drinken en ook niet weet waar je aan toe bent…”

“Als je van een bepaalde plek wordt weggehouden of iets dergelijks kunnen we dat nog begrijpen.” Dat was nu niet het geval. Uiteindelijk moesten supporters verplicht naar de wedstrijd, terwijl ze hier eigenlijk geen zin meer in hadden. “De manier waarop dit gegaan is kan eigenlijk niet.”

Hou de website in de gaten voor meer over dit onderwerp, met onder meer een reactie van de KNVB!

Provinciaal stemmen, waarom?

Over drie maanden kan er weer gestemd worden voor de Provinciale Staten. Over een langere periode gezien, is er sprake van een dalend verloop in de opkomst bij de Provinciale Statenverkiezingen, die met 47,8% in 2015 erg laag is. En dat is jammer, want zo is het provinciebestuur steeds minder representatief voor haar volk. Vooral onder jonge mensen is de opkomst bij de stembus mager. Hoe kan dat? En waarom zouden we wél gaan stemmen?

Ferenc van Damme is communicatiestrateeg en beleidsontwikkelaar ‘Participatie & Communicatie’ bij de provincie Overijssel. Als het specifiek gaat om de lage opkomst onder jongwassen kiezers, denkt Van Damme wel een belangrijke factor te kunnen noemen. “De lage opkomst komt volgens mij onder andere omdat de wereld zó aan het veranderen is, dat een heleboel jonge mensen sowieso niet meer meedoen aan de systemen uit de twintigste eeuw. Besturen, verenigingen, dorpsraden… Alle voorbeelden van die oude systeemwereld verliezen op dit moment aan belangstelling. De manier waarop politiek nu wordt aangeboden spreekt een heleboel mensen gewoon niet meer aan. Daarom zijn wij druk bezig met de vraag; wat dan wél?”

Die ‘wij’ is in dit geval de groep ‘Studio Vers Bestuur’. Van Damme maakt deel uit van deze Overijsselse beweging die onderzoek doet en experimenteert met manieren waarop het misschien anders zou kunnen. De gemeente Staphorst is op dit moment toneel van zo’n interessant experiment. Namelijk: wat gebeurd er als de gemeenteraad zelf niet langer allerlei besluiten neemt, maar meer de rol van coach op zich neemt om mensen uit Staphorst zelf beslissingen te laten nemen. Van Damme: “Daarvan leren we heel veel dingen op dit gebied. We doen eigenlijk héél veel praktijkexperimenten, met gemeenten, met waterschappen, en met groepen inwoners.”

“Als je politiek op hele andere manier aanbiedt dan heeft ineens iedereen een mening”

Toch stemmen

Van Damme benoemd het veranderend politiek klimaat en het effect daarvan, maar begrijpt van de andere kant niet dat jongeren níet gaan stemmen. Volgens hem moet men zich beter realiseren dat het gaat om hun eigen geld en hun eigen leefomgeving. “In vier jaar wordt hier beslist over wel een miljard euro. Tot nu toe is dit de énige manier waarop je invloed kunt uitoefenen. Als je niet gaat stemmen wordt er door allemaal oudere mensen besloten waar het geld heen gaat en dan krijg je helemaal níks van de dingen die voor jou interessant kunnen zijn. Je kan achteraf wel gaan protesteren wat er allemaal tegen jouw zin in besloten is, maar je bent zelf zo stom geweest om niet te gaan stemmen. Als je nu behoefte hebt aan beter openbaar vervoer, festivals of banen in Overijssel, ga dan in ieder geval naar de stembus.”

“Jouw geld, jouw leefomgeving.. Je bent hartstikke gek als je daar geen invloed op uit wilt oefenen.”

Brexit

Een interessant vergelijking is die tussen de lage opkomst van jongeren bij de stembus hier in Nederland, en de recente gebeurtenissen in Engeland. Bij het Brexit-referendum blijkt dat 90% van de mensen ouder dan 65 jaar is komen opdagen, tegenover maar 64% van de 18- tot 24-jarigen. De uitslag is daarom sterk bepaald door de oudere bevolkingsgroepen. Onderzoeken achteraf gaven aan dat 70% van de jongeren die wél stemden, tegen de Brexit waren. Jong Engeland zat dus helemaal niet te wachten op een afscheiding van de EU, en is daar nu dus mee blijven zitten. Een voorbeeld waarbij perfect te zien is hoe een hoge opkomst van jonge stemgerechtigden ontzettend bepalend kan zijn.

Door te stemmen kan je dus invloed op jouw gemeente en directe leefomgeving uitoefenen, maar dat is niet de enige macht die de kiezer aankomende maart heeft. Bart Eugelink is docent maatschappij en legt uit waarom de Provinciale Staten nu een sleutelrol kunnen spelen.

Democratie

Het is duidelijk dat er een aantal legitieme redenen zijn voor de grote afstand tussen jonge kiezers en de Provinciale Staten. Veranderende tijden en een bestuur dat qua gevoel ver van je af staat. Toch is kenbaar maken van je mening via de ouderwetse stembus op dit moment nog heel belangrijk. Van Damme: “Het maakt wel degelijk uit of de statenzaal hier vol komt de zitten met PVV-ers of mensen van GroenLinks. Het besef dat democratie van iedereen zou moeten zijn..”

Als je van plan bent om in Maart wél te gaan stemmen, kan de Provinciale Verkiezingen-stemwijzer  je misschien helpen bij het maken van een keuze: die wordt half januari gepresenteerd.

Maikel Kessing is 26, actief bij D66 en van plan om wél te gaan stemmen. Beluister hier zijn beweegredenen.

Waarom zo weinig diversiteit in Nederlandse nieuwsredacties?

In 2015 deed de NRC onderzoek naar de etnische diversiteit op de negen grootste nieuwsredacties van Nederland. Afgelopen jaar publiceerden ze een follow-up. Uit de resultaten bleek dat het nieuws voornamelijk gemaakt wordt door autochtone Nederlanders. Maar een heel kleine hoeveelheid redactieleden bestond uit mensen met een andere etnische afkomst. Die percentages werden afgezet tegen de verhoudingen in de gehele bevolking. Daar ging het om een minstens vier keer zo groot aantal niet-autochtone Nederlanders. Er kan dus gezegd worden dat de grote nieuwsredacties niet representatief zijn. Bij regionale bladen, die niet betrokken zijn in het onderzoek van de NRC, lijkt de situatie niet veel anders te zijn. Op de redactie van De Stentor, een regionaal dagblad waarvan het verschijningsgebied zich uitstrekt van Flevoland tot de Achterhoek en Noordoost-Overijssel, bestaat vrijwel de gehele redactie uit autochtone Nederlanders. 

Opleidingen

De schaarste is al terug te zien in journalistiekopleidingen. Ook daar is het aantal studenten met een niet-Nederlandse afkomst zwaar in de minderheid. Individuen uit etnisch-culturele groepen lijken vaker te kiezen voor beroepen die veel zekerheid bieden. Denk hierbij aan een economische- of rechtenstudie. Dan is een opleiding journalistiek geen voor de hand liggende keus.

Blinde vlekken

Zoë Papaikonomou is journalist en heeft dit jaar een boek over het gebrek aan diversiteit in de media uitgebracht. Wat haar betreft is een homogene, ‘witte’ redactie alles behalve wenselijk. “Als een redactie diversiteit mist, dan mist het in feite ook onderwerpen. Kranten hebben het al moeilijk, dan moet je er juist voor zorgen dat je in ieder geval de mensen die je bediend ook bereikt. Het lijkt me lastig als je een paar hele blinde vlekken hebt voor groepen die ook gewoon in de betreffende regio wonen. En verschillende soorten mensen brengen verschillende perspectieven mee.” Wat Papaikonomou betreft is de situatie enigszins vergelijkbaar met de ondervertegenwoordiging van journalisten uit Noordoost-Nederland op redacties. Wat weer tot gevolg heeft dat het nieuws heel erg bepaald wordt door stedelijke journalisten en dat bepaalde onderwerpen nooit aan bod komen omdat die nu eenmaal niet zo spelen in de randstad.

Als je wilt veranderen en  meer diversiteit wilt creëren, dan moet je dat per definitie forceren.

Netwerken

Als er in verhouding weinig mensen met een etnisch diverse achtergrond op je vacatures afkomen, moet je je als redactie dan maar neerleggen bij een homogene samenstelling? Papaikonomou vindt van niet en ziet dat eigenlijk een beetje als een zwaktebod. “In veel vakgebieden is het heel normaal dat je zelf talent gaat zoeken en dat je niet gaat wachten tot ze naar jou toe komen. Als je een homogene groep hebt, dan is het logisch dat je weinig netwerken daarbuiten hebt. Dus als je wilt veranderen en  meer diversiteit wilt creëren, dan moet je dat per definitie forceren.” Ze adviseert redacties om hun eigen netwerk te vergroten, maar geeft ook aan dat andere factoren een rol kunnen spelen, zoals onbewuste vooroordelen. Werkgevers hebben bijvoorbeeld snel de neiging om sneller sollicitanten aan te nemen die op hen lijken. Een ander probleem is ook dat er in Nederland bijna geen leidinggevenden zijn met een andere etnische-culturele achtergrond, terwijl die natuurlijk het beleid maken en nieuwe mensen aannemen. Het is dan ook belangrijk dat er naar meer diversiteit wordt gestreefd in hogere functies, en niet alleen bij het aannemen van nieuw talent.

En eigenlijk is de Engelse term, affirmative action, beter.

De Correspondent

In 2015 startte de redactie van De Correspondent een initiatief om haar eigen diversiteit te vergroten. In oktober van dat jaar werd er begonnen met het scouten van talent met een niet-westerse afkomst, met in de aanbieding twee fulltime banen en meerdere proefplekken en plekken als gastcorrespondent. Er werd besloten voor een transparante aanpak te gaan en er werd uitgebreide uitleg op hun website geplaatst. Daarnaast nodigde de redactie vertegenwoordigers van verschillende migrantengroepen uit en werd er op de georganiseerde nieuwe pitchdagen speciaal gescout naar ‘divers talent’. “Ik ben zelf erg voor positieve discriminatie”, aldus Papaikonomou. “En eigenlijk is de Engelse term, affirmative action, beter. Als je het hebt over diversiteit forceren, dan denk ik dat positieve discriminatie daar een onderdeel van is. Soms moet je forceren om andere invloeden te laten binnenkomen.

Openstaan voor nieuwe mensen

Als het wel lukt om een meer heterogene redactie te vormen, dan is het nog zaak om dat zo te houden. Als een journalist qua afkomst of cultuur zwaar in de minderheid is op zijn redactie, kan hij zich snel een vreemde eend in de bijt gaan voelen. Het is dan ook zaak dat iemand zich niet helemaal moet conformeren aan een nieuwe redactie, maar dat die redactie ook openstaat voor mensen die erbij komen. “Heel veel redacties zeggen dat ze diversiteit belangrijk vinden en dat geloof ik ook. Het is een proces dat van twee kanten moeizaam verloopt. Maar er is echt genoeg talent dat kwalitatief heel goed is en prima in de journalistiek zou kunnen werken.”

Geen diversiteit op de redactie van De Stentor

De NRC onderzocht eerder al de negen grootste nieuwsredacties in Nederland op diversiteit. Maar hoe zit het met de regionale redacties? Ik interview Ger Dijkstra. Hij is adjunct-hoofdredacteur bij De Stentor, een regionale krant waarvan de centrale redactie is gevestigd in Zwolle. De oplage van De Stentor bedraagt zo’n 90 duizend kranten.

Van Ger Dijkstra, adjunct-hoofdredacteur van de Stentor, horen we dus onder andere dat er volgens hem niet veel te kiezen valt, en de aanwas van journalisten met een niet-westerse migratieachtergrond schaars is. Daarnaast kiest hij, in zijn woorden, liever voor talent dan afkomst. Kan Coen Polack, redactiechef bij het Leidsch Dagblad, dat beamen? Beluister het hieronder.

Molenaar : een oud beroep

In Nederland staan meer dan duizend molens. Een aantal zijn in privébezit, een aantal worden beheerd door stichtingen zoals molen Goliath in de Eemshaven. Molenaar Ida Wierenga is daar de voorzitster van en zij is een goed voorbeeld van een molenaar. Naast de molen te laten draaien zorgt ze ook voor de financiering van reparaties en organisatie van activiteiten rondom de molen.

Een ding wat de molenaars allemaal in overeenkomst hebben, is dat ze bemand worden door molenaars die zijn opgeleid door het gilde van vrijwillige molenaars.

Zonder de molenaars zouden de molens snel in een vervallen staat zijn en uiteindelijk verdwijnen uit ons landschap. Maar de molenaars zijn oud. De gemiddelde leeftijd is eind vijftig. Wat doen deze molenaars en hoe word je er een? Dit interview zal dat allemaal uitleggen.

Wie zorgen er eigenlijk voor de opleidingen, en hoe zien zij de situatie?

Feitjes over molens en Molenaars

  • Er zijn in Nederland meer dan duizend molens.
  • De meeste molens zijn een keer per week geopend, vaak op zaterdag.
  • De meeste molens zijn van stichtingen en verenigingen.
  • De bekendste molens van Nederland staan in Kinderdijk. Deze molens trekken duizenden bezoeken per jaar.
  • De meeste molens zullen niet meer bedrijfsmatig malen. Graanmolens kunnen meestal niet voldoen aan hygiëne eisen en watermolens zijn vervangen door gemalen die betrouwbaarder hun werk kunnen doen.


Integreren gaat vanzelf..?

Op een steenworp afstand van het station Utrecht Centraal ligt de wijk Lombok. Wat begon als een roomblanke arbeiderswijk in de jaren zestig is uitgegroeid tot een van de meest diverse wijken in Nederland. De wijk kende de nodige overlast jaren geleden maar met behulp van adviseurs, handhavers en buurtbewoners is die overlast nagenoeg verdwenen. De meeste overlast komt nu van het verkeer wat betekent dat de wijk weer bloeit. Wat is het geheim van de succesvolle multicultuur in Lombok in Utrecht?

Illias Boudellah (31) is van Marokkaanse komaf en  geboren en getogen in de wijk Lombok. Hij heeft alle veranderingen van dichtbij meegemaakt. “Lombok is een wijk vol met verschillende migratie-achtergronden, Hollands, Surinaams noem maar op en we leven hier op een relaxte manier samen.” vertelt Illias. “Ik word best ziek van de discussie over integreren en de multicultuur. Als je een dagje rondloopt in mijn wijk merk je haast geen spanning onderling. Het gaat hier allemaal vanzelf.”.

 Jiska Koenders (30) is redacteur en ze is na haar studententijd blijven wonen in deze wijk. Ze erkent dat in Lombok de mensen prima naast elkaar leven. “Nou ja, langs elkaar of naast elkaar: het is elkaar gedogen. Ik heb het gevoel dat de gemeente enorm graag wil dat wij samen baklava eten maar juist gewoon naar de Turkse bakker gaan omdat je dat chill vindt is toch ook goed? We houden ons niet zo bezig met andermans komaf.”.

Wie aan het woord multicultuur denkt komt algauw terecht bij de extreme uitspraken van Geert Wilders. Maar wat voor zin heeft het om integratie in een wijk zoals Lombok van bovenaf in te richten? Is integreren in Friesland hetzelfde als integreren in de Achterhoek? Om vat te krijgen op dit thema vroeg ik een aantal deskundigen en wijkbewoners om hun mening.

Angst voor asielzoekers is onzin: “Meppel absoluut geen tweede Zaandam”

Een jaar geleden was Meppel in rep en roer. Er zou een asielzoekerscentrum komen om een oplossing te kunnen bieden aan de gigantische stroom van vluchtelingen vanuit Syrië. Ook toen het asielzoekerscentrum niet meer nodig bleek vanwege de afromende vraag, bleef het onrustig. Er zou namelijk wel een groep vergunninghouders in de kleine Drentse stad geplaatst worden. Men vroeg zich af wat het voor de stad zou betekenen. Onvrede die nergens voor nodig is, zeggen experts.

Regendruppels zakken langzaam naar beneden aan de buitenkant van het raam. Het uitzicht vanuit het Woonaccent-gebouw geeft een prachtige blik op Meppel. De woningcoöperatie verzorgt de huisvesting van vluchtelingen voor de gemeente. Op weg hierheen fietste ik door de wijk Haveltermade, waar ik beduidend meer vrouwen met hoofddoek zag, dan zonder. Ook beduidend meer dan in de andere wijken. “Wordt deze prachtige stad een tweede Zaandam? Of een Molenbeek?”, ontsnapt aan mijn mond. “Als het aan ons ligt absoluut niet”, aldus Jeroen van Houten.

Openlijk vroegen de inwoners van Meppel zich af wat dat voor de stad zou betekenen als er een groep Syriërs in de stad kwam wonen. Mensen waren bang verdrukt te worden op de toch al krappe woningmarkt. Ook heerste er vrees dat de criminaliteit zou toenemen.

De stroom vluchtelingen nam echter af na de vluchtelingen-deal met Turkije. Het asielzoekerscentrum is niet langer nodig. Wel zal er een groep vergunninghouders, vluchtelingen die reeds een verblijfsvergunning verkregen hebben, in Meppel geplaatst worden. “Gemeenten maken vervolgens afspraken met corporaties over de huisvesting”, vertelt Jeroen van Houten van Woonconcept. Het is de grootste aanbieder van sociale woningen in de gemeente Meppel. “De taakstelling voor de gemeente Meppel is voor 2016 in totaal 84 personen. Dit aantal van 84 is niet direct door te vertalen naar woningen; als er een gezin wordt gehuisvest in één woning, tellen alle gezinsleden mee voor de taakstelling.”

Soundbite Perquin

“Het gaat inderdaad gebeuren dat Syrische vluchtelingen die een verblijfsvergunning verkregen hebben in Meppel geplaatst kunnen worden”, bevestigt Frank Perquin. “Ook Meppel krijgt en neemt zijn taak in de huisvesting van die mensen’, vervolgt de fractievoorzitter van de Meppelse VVD. “Maar dat gaat al jaren zo. Die mensen komen vervolgens terecht in de sociale huur omdat ze vaak nog niet over een dusdanig inkomen beschikken om in een koophuis te gaan zitten.””

“Vergunninghouders krijgen wel voorrang op regulier woningzoekenden”, vertelt Van Houten. Hij neemt nog eens een slok koffie terwijl hij naar buiten tuurt. De angst van de Meppelers dat er verdrukking op de woningmarkt ontstaat spreekt hij tegen. “Sommige woningen zijn helemaal niet geschikt voor die groep. We wijzen dus niet alleen onze nieuwe of vrijkomende woningen toe aan vergunninghouders.”

De financiering komt voor een groot deel uit de begroting van de gemeente Meppel. Vanuit de Rijksoverheid wordt wel gekeken naar het aantal mensen in de bijstand in je gemeente. Er vindt daarin wel een correctie plaats met betrekking op het bedrag dat de gemeente vanuit het Rijk krijgt. Gemeentes met veel mensen in de bijstandsuitkering krijgen een hogere uitkering dan gemeentes met weinig mensen met een bijstandsuitkering. “Dat is echter niet helemaal 1-op-1”, aldus Perquin die niet wil dat de gemeente achterover gaat leunen. “Het loont voor de gemeente om succesvol te zijn in de participatie. Als je uitstroom realiseert vanuit de bijstand dan loont dat voor de gemeente. Daar zijn we dan ook goed mee bezig. Het Leer Werk Centrum doet daar bijvoorbeeld hele goede dingen mee. Er zijn ook verbanden met de sociale werkvoorziening. We zijn erg succesvol met onze aanpak en projecten.”

Gezien de krapte op de woningmarkt in Meppel kan de plaatsing van 84 personen als een golf gezien worden. Daar wil Perquin echter niets van weten. Hij vertelt ook dat Meppel geen Syrische wijk, straat of huizenblok krijgt. “In algemene zin is het in Meppel het beleid om niet te concentreren. Ik verwacht niet dat de Syriërs in twee of drie straten bij elkaar gezet worden. Dat is een bewuste keuze. Hoe meer je mixt, hoe beter het is voor integratie. Het is eenvoudiger om dan Nederlands te leren en om met de Nederlandse cultuur in aanraking te komen. Ik denk dat het heel ongewenst is om in één huizenblok alleen maar Syriërs te stoppen. Dat zou onverstandig zijn.”

Meppel kijkt daarin naar voorbeelden uit het verleden waarin het mis ging. “Het is bij alle gemeenten standaard om er zo naar te kijken. Dat er geleerd is van de desastreuze effecten die je krijgt als je echt zwarte wijken creëert met een ongemixt beeld zoals vroeger wel gebeurde. Als op een gegeven moment die balans zoek is gaat het zich ook versterken.”

Ook Woonconcept gaat concentratie van de statushouders tegen. “Wij gaan statushouders bij voorkeur niet te veel in dezelfde straat/buurt plaatsen, vertelt Van Houten. “We hanteren hierbij geen norm of percentage, maar bekijken dit per situatie.”

 

 

Je zou maar weg willen!

Illias Boudellah (31) is van Marokkaanse komaf. Al vijftien jaar zet Illias zich in om jongeren in Utrecht van de straat te houden en te inspireren om muziek te maken. Illias is geboren en getogen in de wijk Lombok/Transvaal en heeft alle veranderingen van dichtbij meegemaakt. “Kijk daar stonden we vroeger met vrienden te chillen. Vooral Lombok/Transvaal is een wijk vol met verschillende migratie-achtergronden, Hollands, Surinaams noem maar op. Het is mooi om te zien dat de gemeente dat soort oude plekken niet sloopt. Daardoor blijft die herinnering in tact.” vertelt Illias wijzend naar het gigantische nieuwe muziekgebouw van Vreedenburg.

IK WIL HIER WEG.

Dit is de wijk van Illias, hij kent alle uithoeken. Nog voor ons gesprek op gang raakt is Illias druk bezig met mensen begroeten die hem kennen, of even een praatje met hem willen maken. Als je zo lang je inzet voor de wijk wordt je vanzelf onmisbaar. Illias ogen lichten elke keer op als hij wordt begroet. Toch vind hij het leven tegenwoordig in zijn wijk niet meer zoals het vroeger was.

Het irriteert me om in Nederland te blijven. Misschien ligt het ook aan de negen tot vijf mentaliteit, dat werkt echt niet voor mijn karakter. Ik ben niet de enige die liever vertrekt uit Nederland, je hoort steeds vaker die geluiden uit de gemeenschap. Ontzettend jammer dat de discussie over moslims zo fel is geworden. Ik ben serieus plannen aan het maken om te vertrekken. Ik heb altijd vrienden met verschillende achtergronden gehad maar wat ik de laatste vijf jaar heb meegemaakt is dat de sfeer en het sentiment in Nederland zijn veranderd. Je kan beter buitenlander zijn Azië of Afrika dan in Europa vind ik.”

 

 

HA HA, HAZES.

Het valt op dat Illias liever de nadruk legt op de overeenkomsten tussen hem en de rest van de Nederlanders dan in de bekende slachtofferrol te kruipen: Je zou het bijna niet verwachten, maar André Hazes wordt in de Marokkaanse gemeenschap op handen gedragen, hij is de Nederlandse soul. Misschien dat we elkaar eens kunnen ontmoeten en die oude tracks van die baas kunnen draaien. Om de discussie wat te temperen. Misschien blijf ik dan.”.

 

Het is zonde dat een hardwerkende jongerenwerker als Illias door het debat over integratie in Nederland nu wil vertrekken. Op die manier raken wij getalenteerde Nederlanders kwijt en dat zou niet mogen. Het nadenken over integratie en multicultuur is belangrijk maar als het leidt tot uitsluiting en gevoelens van misgunst is het tijd om het tij te keren. De gesprekken die ik heb gevoerd zouden vaker gevoerd moeten worden.

 

Ook door jou. Anders integreren we uiteindelijk allemaal niet.

 

 

Staat de Groninger mentaliteit AZC’s in de weg?

Veel mensen vinden de mentaliteit van de Groningse bevolking maar stug en terughoudend en de negatieve berichtgeving over asielzoekers in de provincie heeft dit alleen maar versterkt. Ik ben gaan kijken of de komst en het vertrek van de centra invloed heeft gehad op de mentaliteit van de Groningers.

Stugge Noordelingen, menig Nederlander weet bij die twee woorden al over wie je het hebt. De Groningse bevolking staat al tijden bekend als een groep mensen waar moeilijk mee te praten valt. En de recente gebeurtenissen in de provincie waren niet bepaald bevorderend voor dit beeld.Denk bijvoorbeeld aan de aardbevingen en alle reacties die erop volgen. Vooral de asielzoekerskwestie, waarbij vooral dorpen als Oude Pekela en Muntendam slecht in het nieuws zijn gekomen, geeft de mentaliteit van de Groningers goed weer.Maar heeft deze kwestie de mentaliteit van de Groningers versterkt of juist veranderd?

“De provincie Groningen is van oudsher rood, socialisten dus. Dit zien we ook terug in de houding die de bevolking inneemt tegen veranderingen binnen de provincie, zoals een asielzoekerscentrum,” verteld Cees Aarts, hoogleraar sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Deze conservatieve houding zorgt er ook voor dat de Groningers op een andere manier naar de asielzoekers kijken. Als een individu die toevallig een asielzoeker is dan de fout in gaat, is het oordeel snel gemaakt.” Aarts slaat de spijker op zijn kop, want individuele gevallen waren de aanleiding voor de protestacties in de provincie.

“Ik denk ook niet dat de komst van deze centra de mentaliteit van de Groningers erg veranderd heeft. De terughoudendheid die we zien bij de Groningers is niet nieuw. Al ver voor de komst van azc’s was er sprake van deze terughoudendheid, let er maar eens op hoe Groningers denken over de inwoners van de Randstad en omgeving. Er is sprake van een kloof tussenbeide culturen wat ervoor zorgt dat de Groningers terughoudend blijven,” legt Aarts uit.

Pekela

Interview met de burgemeester van Pekela

De Groningse gemeente Pekela kwam regelmatig in opspraak vanwege de azc’s. Onder andere PowNed maakte een video waarin burgers geïnterviewd werden over asielzoekers. In tegenstelling tot de reacties van de burgers in de video vond burgemeester Jaap Kuin de asielzoekers juist wel een verrijking voor de gemeente en hij betreurt het dat ze vertrokken zijn. “Het is hier nu best wel stil geworden, zonder het AZC.” Uit de enquête die ik afgenomen heb blijkt dat twee-derde van de deelnemers nooit het gevoel heeft gehad dat Pekela tegen het AZC was. Toch geeft een meerderheid aan het AZC niet te missen.

Uit de enquête blijkt ook dat veel Pekelders geen last hadden van het AZC, slechts 9% van de geënquêteerden gaf aan wel eens lastiggevallen te zijn door een vluchteling. Toch waren deze incidenten de aanleiding tot protestacties, geweld en uiteindelijk de beslissing dat er minder vluchtelingen in het centrum zouden komen. Uiteindelijk zou het centrum helemaal gesloten worden.

Interview met een demonstrant die vóór het AZC is

Ondanks alle commotie is de burgemeester toch trots op de inwoners van Pekela. “Ik voel mezelf ook steeds meer Pekelder. Ik hou wel van deze mentaliteit: het hart op de juiste plaats, maar de mond ook. Recht voor z’n raap, een woordenwisseling en dan geef je elkaar een hand en ga je verder.Dat is denk ik wel de mentaliteit hier.” De burgemeester gaat er niet van uit dat er iets aan deze mentaliteit gaat veranderen, ook niet nu het AZC weg is.“Ik ben natuurlijk nog niet zo heel lang burgemeester hier en ik heb Pekela niet meegemaakt vóór het AZC, maar ik weet wel hoe de Pekelder mentaliteit nu is en die is, ten opzichte van de tijd met het AZC,  onveranderd.”

Sluiting

Inmiddels heeft het COA besloten om verschillende azc’s te sluiten, waaronder ook een aantal in Groningen. “We leggen vooraf vast hoelang een azc in een gemeente blijft,” verteld Jacqueline Linders van het COA. “Deze overeenkomsten zijn vaak voor twee jaar, als deze periode afgelopen is verlengen we of besluiten we om het centrum te sluiten.”

“In deze overeenkomsten kan een clausule worden opgenomen, welke ervoor zorgt dat zowel de gemeente als het COA het centrum eerder kan sluiten dan gepland.” Zo kan het COA besluiten om deze clausule te activeren mocht de toestroom van het aantal asielzoekers tegenvallen. De gemeente heeft dus ook de optie tot sluiting, maar dit komt bijna nooit voor.  

Met de sluiting van de centra keert de rust terug in enkele dorpen. “De komst van de centra heeft de mentaliteit van de Groningers niet veranderd. Misschien hebben de centra het gevoel van terughoudendheid juist wel versterkt,”  concludeert Aarts.

Experts slaan alarm over telefoonverslaafde jeugd: “Het is de hedendaagse heroïne”

Depressies, onzekerheid, en vastlopen op school. Een steeds grotere groep jongeren kampt met problemen. Experts slaan alarm over de rol van smartphones in de jeugdproblematiek. “De telefoons zijn extreem verslavend”, legt psycholoog Hans Ploos van Amstel uit. “Het is de hedendaagse heroïne.”  Mede daardoor verzuipen jongeren stress. Ze raken in de knoop op school en met werk. “Dat is simpel… Read more →

Jonge mantelzorgers hebben volwassen zorgen

Door Diego Kemps

In Nederland zijn ongeveer 2 miljoen mensen mantelzorger voor een familielid. Gemiddeld besteedden zij 11 uur per week aan zorg aan hen. Hiervan geeft 1 op de 7 mantelzorgers aan dat zij de zorg voor hun familielid zeer zwaarbelast vindt en hier zelf psychische klachten zoals een depressie aan ondervindt.

Veel mensen zijn zich er niet van bewust dat dit vaak ook jongeren zijn. Bijna een kwart van alle Nederlandse jongeren heeft namelijk een zieke ouder. Terwijl andere jongeren studeren, uitgaan, stage lopen en werken, zorgen zij ook nog voor een ziek familielid: “Ik kan soms niet zoals mijn vriendinnen zomaar spontaan een terrasje pakken want ik moet soms ook gewoon opletten op mijn vader”, vertelt jonge mantelzorger Sanne Dommerholt.

Er valt ook nog veel winst te behalen in de zorg, het onderwijs en bij gemeenten voor jonge mantelzorgers, blijkt uit een rapport van de Kinderombudsman. Jonge mantelzorgers vragen namelijk bijna niet om hulp, dus moeten zorgverleners en scholen meer letten op signalen die een hulpvraag aanduiden.

Gelukkig zijn er ook organisaties die ondersteuning en hulp bieden aan jonge mantelzorgers. Zij organiseren activiteiten voor de jongeren en praten over de situatie met hen. In Zwolle doet Mantelzorg Zwolle dit.

De vader van Sanne Dommerholt heeft een aantal jaar geleden een zwaar auto-ongeluk gehad en zit sindsdien in een rolstoel. Sanne zorgt dagelijks voor haar vader en is als gevolg hiervan ook depressief geworden. Ik sprak met haar en vroeg hoeveel impact het heeft op haar dagelijkse leven. Ook zocht ik uit hoe jonge mantelzorgers betere ondersteuning kunnen krijgen. Ik vroeg het aan en coördinator mantelzorgondersteuning Jeanine de Vos. Beluister het interview hieronder!