Categorie: Stefanie Klerks

De strijd tegen laaggeletterdheid

‘De taal is wel echt een probleem bij mij’, zucht Ish Tanyelian. Hij is laaggeletterd en krijgt sinds kort begeleiding vanuit het Taalpunt. Als je laaggeletterd bent heb je te veel moeite met lezen en schrijven om goed mee te kunnen komen in de samenleving. Tanyelian kon door gebrek aan taalvaardigheid moeilijk werk vinden, daarom heeft de gemeente Zwolle hem geholpen begeleiding te zoeken. Iedere donderdag gaat hij naar het Taalpunt, daar krijgt hij hulp met lezen en schrijven. Tanyelian: ‘In korte tijd ben ik wel gegroeid, maar om te werken is het nog niet genoeg.’

Hoe wordt laaggeletterdheid aangepakt?

De aankomende drie jaar trekt het kabinet in totaal 50 miljoen euro uit voor de aanpak van laaggeletterdheid. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap werkt samen met twee andere ministeries om dit doel te bereiken. Aicha Lubbing, woordvoerder van het ministerie van OCW, meldt: ‘Het geld gaat voornamelijk naar de gemeenten, omdat zij het beste weten welke plekken het meest laagdrempelig zijn.’ Het actieplan dat antwoorden moet gaan bieden heet: Tel mee met Taal en is ontwikkeld door stichting Lezen en Schrijven.

‘Stel, alle laaggeletterden in Nederland zouden morgen geletterd zijn, dan zou dat de staat zo’n 700 miljoen euro opleveren.’

Laaggeletterdheid is een groeiend probleem. 1 op de 9 Nederlanders tussen de 16 en 65 jaar heeft moeite met lezen, schrijven en communiceren. Dit heeft allerlei gevolgen voor hen, omdat zij niet goed kunnen meekomen in de samenleving. De kloof tussen geletterden en niet geletterden wordt steeds groter, dit komt omdat we in een digitale kennissamenleving leven. Veel overheidszaken worden niet meer per post gecommuniceerd, maar online. ‘Laaggeletterdheid gaat ook vaak gepaard met slechte digitale vaardigheden. Je kan je voorstellen dat als je een brief op papier niet begrijpt, dan begrijp je hem op een scherm ook niet’, vertelt Luke Iseger, van stichting Lezen en Schrijven.

plaatje 1
Bron: stichting Lezen en Schrijven.

 

 

De aanpak van laaggeletterdheid heeft ook een economische reden stelt Iseger. ‘Stel, alle laaggeletterden in Nederland zouden morgen geletterd zijn, dan zou dat de staat zo’n 700 miljoen euro opleveren. Ook om die reden is het belangrijk dat er wordt geïnvesteerd in de verbetering van de taalvaardigheid van de Nederlandse bevolking.’

 

 

 

 

 

 

Tel mee met Taal

‘Taal biedt kansen: op het volgen van goed onderwijs, het vinden van een baan of het aangaan en onderhouden van sociale contacten. Taal leer je van jongs af aan op school en daarbuiten. Om je taalniveau op peil te houden moet je erin blijven investeren – ook nadat je de schoolbanken hebt verlaten.’ Dit wordt beschreven in het actieprogramma: Tel mee met Taal.

Stichting Lezen en Schrijven heeft het actieprogramma ontwikkeld. De stichting heeft als belangrijkste taak, het organiseren van taalscholing. Zij proberen mensen bewust te maken dat 1,3 miljoen Nederlanders laaggeletterd zijn, want veel mensen weten dit niet. ‘Waarschijnlijk zal er ook in jouw omgeving iemand zijn die moeite heeft met lezen en schrijven die dat verborgen houdt. Het is heel moeilijk om deze mensen te bereiken. Via ‘normale’ communicatie kun je ze haast niet bereiken, omdat ze een brief niet kunnen lezen’, geeft Iseger aan.

Het actieprogramma Tel mee met Taal is een vervolg op het proefproject: Taal voor het Leven. Het actieprogramma wordt dit keer landelijk getrokken en heeft als doel: hulp bieden op verschillende terreinen waar taal een rol speelt. Met dit actieprogramma wil de stichting tussen 2016 en 2018 de taal verbeteren van tenminste 45.000 Nederlanders.

‘Het actieplan Tel mee met Taal is nog niet vastgesteld. De besluitvorming moet nog plaatsvinden, maar alle signalen wijzen er op dat het door gaat’

Hoe nu verder?

Ineke van Oort is regio coördinator bij stichting Lezen en Schrijven. Zij adviseert en ondersteunt gemeentes en organisaties die met deze aanpak willen gaan werken. ‘Het actieplan Tel mee met Taal is nog niet vastgesteld. de besluitvorming moet nog plaatsvinden, maar alle signalen wijzen er op dat het door gaat’, vertelt van Oort. Waarschijnlijk gaat het plan begin januari 2016 van start.

Het landelijk bureau gaat in verschillende regio’s en gemeentes teams inzetten, die aan de slag gaan om de aanpak uit te voeren. Het doel is om op centrale plekken Taalpunten te openen, met een deskundig Taalpunt docent. De docent kan de verschillende partijen bij elkaar brengen, door uit te zoeken wat iemand wil leren en welke vrijwilliger of welke aanpak daarbij past. Van Oort: ‘Een deel van de aanpak is gebaseerd op vrijwilligers’.

Stichting Lezen en Schrijven is sinds 2012, in 6 regio’s bezig geweest met het ontwikkelen van een goede aanpak. Dit waren proefprojecten. Een van die pilotregio’s was IJsselvecht. In deze omgeving heeft de stichting al 16 Taalpunten geopend. In de bibliotheek van Zwolle is ook een Taalpunt geopend, en daar hebben ze al meer dan 400 deelnemers geworven.

Wil je nog meer weten over de aanpak? Beluister dan het interview met Ineke van Oort.

 

Het Taalpunt

Voor veel laaggeletterden is de drempel hoog om zich in te schrijven voor een taalcursus. Juist daarom is het belangrijk dat taalscholing op een laagdrempelige plek wordt aangeboden. Dat kan in een ROC zijn, maar ook in een bibliotheek of buurthuis.

‘Je zou denken dat als mensen niet of nauwelijks kunnen lezen en schrijven, ze niet graag naar de bibliotheek gaan. Maar deze mensen hebben natuurlijk kinderen die ze wel heel graag geletterd willen opvoeden. Dus eigenlijk komen er best veel laaggeletterden in de bibliotheek’.

Anneke Jansen is taal coördinator en werkt bij Stadkamer Zwolle. Zij heeft dagelijks contact met laaggeletterden. Samen met haar collega’s probeert ze meer aanbod te creëren, om zo meer laaggeletterden te bereiken. Jansen doet dit vanuit de bibliotheek in Zwolle. Er worden verschillende taalprogramma’s aangeboden, zoals het Taalcafé, conversatiegroepen en het Taalpunt.  Jansen: ‘Je zou denken dat als mensen niet of nauwelijks kunnen lezen en schrijven, ze niet graag naar de bibliotheek gaan. Maar deze mensen hebben natuurlijk kinderen die ze wel heel graag geletterd willen opvoeden, dus eigenlijk komen er best veel laaggeletterden in de bibliotheek.’

In Zwolle hebben ze al ervaring met het programma van stichting Lezen en Schrijven. De afgelopen drie jaar hebben zij namelijk gewerkt met het proefproject: Taal voor het Leven. Dit project wordt vervangen door Tel mee met Taal , dat straks landelijk wordt uitgevoerd. Jansen verwacht niet veel veranderingen in Zwolle. Ze is blij dat er nu taalprojecten door het hele land komen. Al denkt ze wel dat straks meer organisaties het met minder geld moeten doen. ‘Er komt meer geld om over het hele land uit te rollen. In Zwolle worden we daar niet veel rijker van’, aldus Jansen.

Klik op de link en beluister het interview met Anneke Jansen.

 

De kracht van de vrijwilligers

Met behulp van vrijwilligers wordt iedere donderdagavond het Taalpunt georganiseerd. Halinka de Waal is zo’n vrijwilliger. Ze helpt iedere week bezoekers met het verbeteren van hun taal. Tijdens de bijeenkomsten worden Nederlandstalige liedjes gezongen, daarnaast worden actuele krantenartikelen behandelt en worden verhalen vertelt. Bij het Taalpunt mag alleen Nederlands gesproken worden, zodat de deelnemers daar goed mee kunnen oefenen. Voor iedere bezoeker wordt rustig de tijd genomen. Als iemand niet helemaal uit zijn of haar woorden komt, dan laten ze diegene uitpraten in plaats van hem of haar in de reden te vallen.

 ‘Een deel van de aanpak is gebaseerd op werken met vrijwilligers’

Wil je in 1 minuut alle feiten zien? Klik op de video!

 

Enkeltje Schiphol

Stel, je woont op Aruba en je wilt Rechten gaan studeren. Om de kans op een baan te vergroten besluit je deze opleiding in een ander land te volgen. Je bent in het bezit van een Nederlands paspoort, het diploma wordt erkent en niet geheel onbelangrijk: je bent meertalig opgevoed en spreekt daarom ook de Nederlandse taal. Het is aantrekkelijk om deze studie in Nederland te volgen. Eenmaal hier aangekomen kom je erachter dat de taal toch een tikkeltje anders is dan dat je thuis geleerd hebt.

 

Bekijk de video en kom meer te weten over de effecten van meertaligheid.

 

Ieder jaar vertrekken honderden studenten naar Nederland om te studeren. De eilandbewoners worden meertalig opgevoed, naast de voertaal Papiaments leren zij Nederlands en Engels. Meertaligheid kan voor obstakels zorgen tijdens de studie of bij het maken van vrienden.

Aan zijn accent kun je horen dat hij niet in Nederland geboren is. Toch spreekt de Arubaan de taal erg goed. Acht jaar geleden kwam Yorkis Santana Fernandez naar Nederland om een Rechtenstudie te volgen. ‘Bij bepaalde woorden wist ik niet wat daarmee bedoeld werd, bijvoorbeeld grapjes die de leraren en leerlingen maakten. Sommige dingen snapte ik niet en ik bleef stil.’

Klik op de link en beluister het interview met Yorkis Santana Fernandez.

 

Voorbereiding is noodzakelijk

‘Een taalachterstand heeft effect op de schoolresultaten en het gedrag van de student. Het kan ervoor zorgen dat iemand besluit om met de opleiding te stoppen, of om een andere studie te kiezen’, aldus Jassir de Windt, woordvoerder van het Kabinet van de gevolmachtigde minister van Curaçao.

Om een taalachterstand zo veel mogelijk te beperken, volgen de studenten voor vertrek naar Nederland een taalverbeteringscursus. In Nederland worden de studenten gekoppeld aan een mentor. Er wordt veel gecommuniceerd met deze mentoren. Zodra geconstateerd wordt dat de student moeite heeft met de taal, springt de mentor bij, zodat de desbetreffende persoon toch zijn punten kan halen.

Anna de Graaf is taalkundige en werkt bij De Taalstudio. De Taalstudio geeft advies aan ouders, professionals en organisaties over het omgaan met meertaligheid in onderwijs en opvoeding. De Graaf vertelt: ‘Meertaligheid wordt niet zomaar vanzelf een succes. Jonge mensen hebben de gave om snel een taal te leren, maar dit kan alleen als ze die taal vaak en goed te horen krijgen.’ De Antilliaanse en Arubaanse studenten kunnen Nederlands, maar spreken onder elkaar meer Papiaments. Daardoor blijft hun Nederlands achter qua woordenschat en zinsopbouw.

 

Toch hoeft meertaligheid geen gebrek te zijn

Gebrek aan taal mag dan een hindernis zijn, het hoeft geen reden te zijn om het verkeerde pad op te gaan. Het ligt eraan hoeveel tijd de student aan de studie besteedt en hoe gemotiveerd iemand is. Wat opvalt is dat de studenten vaak de eerste twee jaar erg hard werken om de propedeuse te behalen en vanaf het derde leerjaar meer tijd nemen om andere dingen naast de studie te doen.

Daarnaast brengt meertaligheid ook voordelen met zich mee. Meertaligen zijn bijvoorbeeld beter in gestructureerd en probleemoplossend denken, hebben een grotere woordenschat en kunnen andere culturen beter begrijpen en waarderen dan ééntaligen.

De Windt ziet meertaligheid als iets positiefs. ‘’Op de eilanden zijn de inwoners gewent om verschillende talen te moeten spreken, omdat ze afhankelijk zijn van de toeristen. Als je meertalig opgroeit is het makkelijker om bepaalde opleidingen en deelvakken in vreemde talen te volgen.

 

Meer informatie over mij vind je hier:
LinkedIn Twitter