Category: Cas Bakering

Het NAD: een bodemloze put of een bloeiende kwaliteitskliniek?

Problemen zijn er om aan te pakken. Zeker als je een ernstige vorm van astma hebt en daarnaast ook nog een kwalitatief leuk leven wilt leiden. Mensen met ernstig astma hebben vaak een waslijst aan medicatie. Luchtwegverwijders, antibiotica, combinatiemiddelen en histamine. In Nederland zijn er veel patiënten die een hoge dosis medicatie nodig hebben om controle over hun astma te krijgen. Volgens een onderzoek van Jaci Hekking uit 2015 zijn er van de 370.019 volwassenen met astma ruim 17 procent met moeilijk te behandelen astma en ruim 20 procent van deze mensen heeft ernstig onbehandelbare astma. Voor deze groep patiënten belemmert de ziekte  de kwaliteit van leven en moeten ze dagelijks aanpassingen doen. Dit  type astma is alleen op te lossen  met heftige medicatie of ziekenhuisopnames. Werken deze oplossingen niet meer in Nederland, zit er eigenlijk nog maar een ding op: Je laten opnemen in het Nederlands Astmacentrum Davos (NAD). Hopelijk kan dit in de toekomst ook nog, want de laatste paar jaren wordt er flink aan het NAD getrokken. Zorgverzekeraars vinden de zorgkosten te hoog voor deze behandelingen en hebben daarom een onderzoek ingesteld met als werktitel ‘Standpunt behandeling van ernstig astma in het hooggebergte’. Hoe zit de toekomst van het NAD eruit en waarom werd het bestaan bedreigd?

Tim Roldaan, directeur van het NAD en van nature een apotheker, nam in juli 2016 het NAD over. ‘Hij heeft een aantal redenen waarom hij zo begaan is met het lot van het NAD. Ik ben familiar belast met het NAD. Mijn beide ouders hebben hier gewerkt en ik ben hier ook geboren, dus het heeft een emotionele link. Ik ben opgegroeid met de verhalen aan de eettafel van patiënten die het NAD super slecht binnen komen en dan twaalf weken later volledig opgeknapt naar Nederland vertrekken en hun leven weer terug hebben. En ook als je als Nederland in een unieke positie staat dat je zo’n kliniek op deze plek hebt, dan is het doodzonde dat je zoiets failliet laat gaan. Dit, onder druk van zorgverzekeraars die kortzichtig naar de situatie kijken. Toen ik het overnam 1,5 jaar geleden, was het nog slechter dan nu. De opbrengsten en de kosten waren volledig uit balans, waardoor de kans bestond dat het failliet zou gaan. En tegelijk loopt het onderzoek, waar al dertig jaar om wordt gevraagd en wat nu nog een of twee jaar moet lopen om het resultaat te zien. Stel dat daar uitkomt dat het meerwaarde heeft, dan laat je dat failliet gaan. Dat is toch zonde. Dan kom je dus ook achter of het een meerwaarde heeft’.

Lous Rijssenbeek, al sinds 2001 verbonden aan het NAD als behandelend arts, heeft  ook onderzoek gedaan naar de effectiviteit van hooggebergtebehandelingen. Ze kijkt met argusogen naar de situatie en het onderzoek. ‘Vanuit mijn klinische ervaring moet het zo zijn dat wij betere resultaten hebben. Maar ik ben er niet helemaal gerust op, want er is maar een klein gedeelte die een lootje heeft getrokken. Je kunt pas vergelijken als er een goed gerandomiseerd onderzoek hebt gedaan. Een gedeelte heeft dus een lootje getrokken maar een nog groter deel is van tevoren al besloten waar de patiënt wordt behandeld. Deze groep zijn vooral de ernstigere patiënten die een slechte uitgangspositie hebben en daarom vaker naar Davos worden verwezen. Het is moeilijk om vast te stellen dat het ernstigere patiënten zijn, maar als die ernstigere patiënten niet veel beter opknappen dan de wat lichtere patiënten in Heideheuvel, wat schiet je er dan mee op. Daarom ben ik er toch wel angstig voor’.

Lous vertelde mij ook het volgende fragment over hoe goed de resultaten zijn en wat de werkwijze is van het NAD.

Waarom de kosten van de behandelingen hoog zijn, is te wijten aan drie factoren. Tim Roldaan vertelt welke factoren dit zijn. ‘De eerste factor is dat het personeel een correctie krijgt omdat ze hier in Zwitserland werken. De verpleegkundige hier krijgt een verpleegkundige salaris zoals je het in Nederland ook zou krijgen. Maar daarnaast krijgt ze ook een koopkrachtcorrectie, omdat het levensonderhoud hier in Zwitserland veel duurder is. Er is ook een woningbijdrage, want ook het wonen is hier veel duurder. De gemiddelde salarissen hier liggen veel hoger. Het is niet tien procent, maar bijna twee keer zoveel. Tweede oorzaak waarom het hier duurder is, heeft te maken met de infrastructuur. De gebouwkosten zijn ook hoog. Dit heeft te maken met de wetgeving in Zwitserland. We zitten op een berg. Deze kliniek is heel anders gebouwd dan een gebouw in Nederland, omdat hier lawines kunnen ontstaan. Het bouwen van een gebouw is veel duurder. Deze kosten zitten natuurlijk ook in onze kostprijs. De derde factor is ook niet onbelangrijk. Een 12-weken behandeling in Nederland zijn 60 behandeldagen, omdat ze in het weekend naar huis gaan. Ikzelf geloof dat een behandeling zin heeft als je iets langer van huis bent. Er zit een verschil van vierentwintig dagen tussen de behandeling in Nederland en een behandeling hier. Deze drie factoren zorgen ervoor dat wij duurder zijn. Als je heel strikt naar de dagprijs gaat kijken, dan valt het wel mee hoeveel duurder wij zijn. Als je hoort van ooh, wat verschrikkelijk duur, dan valt dat eigenlijk wel mee.’

Wat de toekomst gaat brengen voor het NAD, is ook voor de specialisten koffie dik kijken. Maar zowel Tim als Lous kijken positief en hoopvol naar de toekomst.

‘Het onderzoek loopt en daar komt straks iets uit. Ik hoop voor ons en onze patiënten dat er toch uitkomt dat wij het beter doen dan in Nederland. Het tweede wat ik hoop is dat we de tarieven nog meer in lijn kunnen brengen met de tarieven in Nederland. Dan is er die discussie ook niet. Dan hoop ik dat de zorgverzekeraars ook denken dat het ook niet geen slecht verhaal is. We hebben een beperkte capaciteit, dus het is ook geen zorg dat een keer heel erg duur wordt of heel goedkoop. Het is overzichtelijk. Ik hoop dat we gewoon bestaansrecht houden voor de patiënten die dit nodig heeft in de toekomst’, geeft Tim aan.

Lous: ‘Ik ben heel positief. Ik ben niet helemaal gerust over de uitslag van het onderzoek, maar als ik zie dat we een baas hebben die innovatief en creatief met ons zoekt naar de weg die we het beste kunnen bewandelen, en we de power hebben om deze zorg in stand te houden. Dan zie ik een hele goede toekomst voor me en ik denk dat we juist in deze tijd waarin duurzaamheid en een betere luchtkwaliteit voorop staat, hier goed over moeten waken. Ik verwacht dat er ook internationaal een enorme vraag gaat komen. Niet alleen vanuit Nederland, maar ook uit landen waar er nog meer luchtvervuiling is.’