Category: Arnoud de Vries

Vluchtelingen integreren dankzij noodoplossing

 

Note: In dit verhaal is een asielzoekers iemand die om asiel vraagt. Een vluchteling of een statushouder is iemand die asiel heeft gekregen.

Het is rond kwart over één als er geluncht wordt bij familie Boxhoorn. Het gezin woont in het pittoreske Zalk. Een dorpje tussen Zwolle en Kampen, dat beschikt over twee kerken en één restaurant en landelijk bekend is dankzij kruidenvrouwtje Klazien. De Boxhoorns dragen zorg over enkele kippen, een groentetuin en een hond die eenieder die het erf betreedt hartelijk begroet. De melk komt op tafel, net als de sneetjes brood en de chocoladehagelslag. Maar ook Turks brood, Syrische yoghurt en maté (een bittere thee uit oorspronkelijk Zuid-Amerika). Het zijn invloeden van Tareq Alshoffe, een Syriër die sinds mei van dit jaar bij de Zalkers in huis woont. Hij is één van de honderden statushouders in Nederland die een verblijf in een gastgezin verkiest boven het asielzoekerscentrum.

In de periode dat Tareq in de noodopvanglocatie de IJsselhallen (Zwolle) verbleef, was Ankie Boxhoorn actief betrokken bij enkele activiteiten. Bij gezamenlijk koken tussen Nederlanders en asielzoekers zagen ze elkaar voor het eerst en nadat Tareq een keer een presentatie over Syrië had gehouden, kwam Ankie naar hem toe om nog wat vragen te stellen. ”Maar ik heb geen idee meer wat ze vroeg”, herinnert de Syriër zich. ”Ik kon alleen maar naar haar gezicht kijken. Ze lijkt precies op mijn eigen moeder.” De klik was er, ze intensiveerden het contact via WhatsApp en Ankie haalde Tareq af en toe op uit de IJsselhallen om in Zalk even een kopje thee te doen.

overzicht_capaciteit_augustus_2016_met_titel1
Bron: COA

Hij was overigens niet de enige. In totaal heeft Ankie zeker twintig mannen over de vloer gehad, die ze allemaal ontmoette in de IJsselhallen. ”Als je goed contact met elkaar hebt, dan kan dat. En bij sommige dacht ik ook: ‘die heeft het echt even nodig om uit de IJsselhallen te gaan’. Even uit de onrustige omgeving en een andere kant van Nederland zien.” Met hun verleden als pleeggezin was de familie Boxhoorn wel wat gewend. Uiteindelijk bood Ankie vier mannen, waaronder Tareq, een zelfzorgarrangement (zza) aan. Daarmee kunnen statushouders bij een gastgezin hun definitieve huisvesting afwachten, in plaats van in een asielzoekerscentrum.

Doorstroom azc’s bevorderen
Het tijdelijk verblijven in een gastgezin is iets wat de Nederlandse overheid sinds afgelopen jaar stimuleert. De huisvesting van vluchtelingen verloopt namelijk moeizaam, waardoor de asielzoekerscentra (azc’s) van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) behoorlijk vol zitten. Afgelopen oktober voelde het COA zich zelfs gedwongen om een beroep te doen op crisisopvang, wat bekende dat asielzoekers tijdelijk in sporthallen kwamen te zitten (zie bovenstaand overzicht). Als extra maatregel mogen gemeenten inmiddels ook statushouders in kantoorgebouwen of vakantieparken plaatsen, om de doorstroom in azc’s te bevorderen. Mede om diezelfde reden biedt de overheid ook de logeerregeling en het zza aan. Het grootste verschil tussen beide regelingen is dat de logeerregeling voor maximaal drie maanden is en het zza tot het moment van huisvesting (de overige verschillen zie je in de afbeelding (COA)).

Verschillen zza logeerregeling
Verschillen zelfzorgarrangement en logeerregeling (COA)

 

Goede ontwikkeling
Inmiddels maken (of maakten) al honderden statushouders gebruik van een van beide opties, waardoor ze het azc achter zich laten. Een goede ontwikkeling, volgens Halleh Ghorashi, hoogleraar Diversiteit en Integratie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze doet al zo’n twintig jaar onderzoek naar asielzoekerscentra en is allesbehalve enthousiast over de grote opvanglocaties. ”Uit onderzoek komt naar voren dat mensen in een geïsoleerde situatie terechtkomen”, verklaart Ghorashi. ”Dat leidt tot depressiviteit en disconnectie met de samenleving. Moet je je voorstellen dat je heel veel ellende hebt meegemaakt en dan enkele jaren in een azc terecht komt”, gaat ze verder. ”Dan ben je eigenlijk alleen maar met die herinneringen bezig bent. Als je dat jaren hebt gedaan, zonder perspectief, dan word je gewoon psychisch ziek. Het is heel slecht voor het welzijn van vluchtelingen.”

Tareq onderschrijft de stellingen van de hoogleraar. Hij zat zelf in azc’s in Doetinchem en Overloon en is blij dat hij inmiddels in Zalk kan verblijven. ”Buiten het asielzoekerscentrum voel ik me geen vluchteling, daarbinnen wel. Ik kan nu dingen doen als helpen met koken, de tuin verzorgen of andere dingen in het huis. In een azc doe je niks, zit je in de middle of nowhere, kan de beveiliging zomaar je kamer binnenstappen en heb je altijd het verschrikkelijke nieuws uit Syrië.”

Het belangrijkste waar Ghorashi voor pleit is dan ook een binding met de samenleving creëren, vooral in die eerste jaren in Nederland. ”Uit onderzoeken waarin de verhalen van mensen opgetekend zijn blijkt dat die beginfase cruciaal is voor de lange termijn. Als je uit een moeilijke situatie komt, dan kan een goede start daar tegenwicht aan bieden. Het is essentieel om een positief zelfgevoel te ontwikkelen en contact met de samenleving te krijgen.”
Ghorashi spreekt niet alleen als onderzoekster, maar ook als ervaringsdeskundige. In de jaren tachtig kwam ze zelf vanuit Iran naar Nederland. Door de toentertijd wat soepelere regels heeft ze nooit echt in een azc gezeten, maar kwam ze al snel terecht in studentenhuisvesting bij de VU. ”Ik kwam direct in aanraking met studenten en de maatschappij. Dat is mijn redding geweest. Dat ik nu deze baan heb, dank ik onder andere aan mijn goede startperiode in Nederland.”

Meer dan duizend logeerregelingen
De optie om in een gastgezin te verblijven wordt sinds eind vorig jaar door honderden personen benut. Uit cijfers van het COA blijkt dat op het hoogtepunt, maart van dit jaar, 401 mensen gebruik maakten van het zza. In de maand augustus waren dat er nog 78, wat er op duidt dat een groot deel van die statushouders inmiddels is gehuisvest. Het gebruik van de logeerregeling neemt voorlopig alleen maar toe. Vooral in de afgelopen maanden steeg het aantal snel: van 153 in januari naar 1069 in augustus. Een direct verband trekken met de bezetting bij het COA is lastig, maar sinds december neemt de bezetting elke maand af (zie de grafiek Overzicht bezetting COA).

-Tekst loopt door onder de afbeeldingen-

Logeerregeling
Logeerregelingen per maand 2015/2016
Zelfzorgarrangement
Zelfzorgarrangementen per maand 2015/2016

Takecarebnb
Het verlagen van de bezetting in azc’s is niet de doelstelling van Takecarebnb, maar de stichting draagt er wel aan bij. Waar Ankie en Tareq elkaar bij een opvang ontmoetten, faciliteert Takecarebnb het contact tussen mensen die graag een rol als gastgezin willen vervullen en statushouders die graag tijdelijk in een gastgezin willen verblijven. Volgens directrice Maja Grcic bestond er behoefte aan zo’n matchmaker, iets wat ook blijkt het aantal gastgezinnen en ingeschreven statushouders: 125 om ruim 400. Inmiddels zijn er ruim veertig vluchtelingen tijdelijk gehuisvest. Ook Grcic stelt dat een gastgezin de integratie ten opzichte van een azc veel meer bevordert. En net als Ghorashi is ook zei ervaringsdeskundige. In het audiofragment hieronder vertelt ze over haar ervaringen in een azc, wat haar motiveert voor haar werkzaamheden bij Takecarebnb. Het complete interview met Grcic kun je hier lezen.

 


Groeiend aantal initiatieven
Het initiatief van Takecarebnb is onderdeel van een trend volgens Ghorashi. ”Na alle negatieve publiciteit van afgelopen jaar dachten veel mensen: ‘Dit is niet mijn Europa, of mijn Nederland. Ik wil een ander gezicht laten zien’. Ze vertelt over verschillende initiatieven. ”In Utrecht besloot de gemeente om asielzoekers in de wijk te integreren. Daar ontstond direct contact met de buurtgenoten. En in de Indische Buurt in Amsterdam nodigde de buurt vluchtelingen uit om in een gebouw te komen wonen. De menselijke maat keert daardoor terug in het hele asielproces. Dat is echt iets van de laatste jaren.”

VluchtelingenWerk Nederland kritisch
Niet iedereen is echter direct laaiend enthousiast over initiatieven als deze. VluchtelingenWerk Nederland laat op haar site weten kritisch te zijn op particuliere opvang van vluchtelingen. ”Ervaringen uit het verleden hebben ons geleerd dat verblijf bij particulieren niet de beste manier is om vluchtelingen en asielzoekers op te vangen”, stelt de organisatie. Ze verwijzen daarbij naar de jaren negentig, toen veel Joegoslaven naar ons land kwamen. Mede door problemen met trauma’s, cultuurverschillen en een te grote afhankelijkheidspositie van vluchtelingen/asielzoekers ten opzichte van hun gastgezin stelt VluchtelingenWerk Nederland dat de opvang een taak van de overheid moet blijven. Ghorashi erkent dat er soms zaken fout gaan bij de opvang in een gastgezin, maar in een azc is het niet beter volgens de hoogleraar. ”Als er problemen ontstaan in een gastgezin, kunnen die op menselijke wijze opgelost worden. In een azc worden problemen niet gezien. Daar zijn mensen een nummertje.”

Tareq en Ankie sluiten zich hierbij aan. Ze hebben allebei slechte ervaringen bij azc’s. Ankie: ”Het is zo onpersoonlijk. En je moet echt je voet tussen de deur zetten als je iets voor elkaar wilt krijgen. Ik spreek dan nog Nederlands en weet waar het over gaat. Voor die mannen moet het nog veel erger zijn.” Voor Tareq blijkt het zelfzorgarrangement een ideale uitkomst. Hij heeft slechte herinneringen aan het azc. ”Nederland wil dat we binnen drie jaar inburgeren, maar mijn eerste jaar heb ik nu al verloren. Ik was geen onderdeel van de samenleving.” In Zalk zit hij voorlopig op zijn plek. Hij voelt zich al echt onderdeel van de familie. ”Als een van de dochters een probleem heeft met haar ouders, dan probeer ik met haar te praten. Ik voel me ook verantwoordelijk voor het gezin.”

Het verblijf bij de Boxhoorns is voor hem nuttiger dan de inburgeringlessen die hij in azc’s kreeg. ”Daar kreeg ik vragen als ‘Wat doe je als de kat van de buren in je tuin loopt?’. Serious? Hier leer ik de taal, de gewoonten en kook ik soms Syrisch voor iedereen. We wisselen onze culturen uit.”

DSC_1128
Tareq studeert op zijn kamer in Zalk. Alle voorwerpen zijn voorzien van het Nederlandse woord, zoals ‘de vitrine’ en ‘de la’.

Alles draait bij Takecarebnb om integratie

Interview met Maja Grcic, directrice van Takecarebnb, een stichting die gastgezinnen en statushouders koppelt. Zo kunnen vluchtelingen op hun huis wachten in een huis, via een logeerregeling van drie maanden.

Takecarebnb bestaat sinds 15 november 2015. Wat was de belangrijkste reden om de stichting op te richten?
Grcic: We signaleerden dat de vraag en behoefte bestaat vanuit vluchtelingen om een tijdje bij een gastgezin te verblijven, om in de gelegenheid te zijn connecties te maken met de omgeving, taal en cultuur. Aan de andere kant was er ook aanbod van gastgezinnen. Er was nog geen organisatie die dit faciliteerde. We zijn in een gat gesprongen en inmiddels kunnen we wel zeggen dat ons hypothese, dat er behoefte aan was, bevestigd is.

De Stichting faciliteert het eerste contact tussen het gastgezin en de statushouder en probeert een zo goed mogelijke match te maken. Waar kijken jullie naar?
We kijken naar de behoefte, wensen en voorkeuren van alle individuen die zich bij ons melden. Die bespreken we ook één op één met eenieder. Iedereen maakt een profiel van zichzelf en we nemen alles goed door. Wat heeft iemand nodig?  Wat heeft iemand te bieden? Aan wie kunnen we degene het beste koppelen, ook qua karakter? Maar ook zaken als hobby’s, werk en locatie spelen een rol. Als een vluchtelingen de intentie heeft om binnen drie maanden te gaan studeren in Amsterdam, dan plaats je die niet op drie uur rijden van die stad.

U heeft het over wensen en behoeften. Waar moeten we dan aan denken?
Voor gastgezinnen kan dat bijvoorbeeld gaan over het geslacht of de leeftijd van een statushouder. Daarnaast willen sommige mensen één persoon hosten, terwijl anderen graag een gezin verwelkomen. Ook vluchtelingen geven hun voorkeuren aan. De ene wil bij een gezin, de ander juist bij een alleenstaande. Sommige geven de voorkeur aan jongeren, anderen voelen zich meer op hun gemak bij ouderen, omdat die bijvoorbeeld wat meer grounded zijn. Dat is wat rustiger.

Lukt het om matches maken?
Zeker! Sinds januari hebben we ruim veertig mensen weten te koppelen. Dat heeft heel goed uitgepakt. Wij horen alleen maar positieve verhalen. Vriendschappen ontstaan, mensen hechten aan elkaar en houden contact na die drie maanden.

Jullie hebben ruim 125 geregistreerde gastgezinnen en minimaal 450 geregistreerde statushouders. Hoe kan het dat er desondanks ‘maar’ zo’n veertig matches zijn?
Dat heeft te maken met voorkeuren en locaties. We hebben op dit moment aardig veel gastgezinnen in ons bestand die een voorkeur hebben voor een vrouw of een gezin, maar het grootste deel van de vluchtelingen is alleenstaande man. Locaties spelen natuurlijk ook een rol: statushouders geven geregeld de voorkeur aan een stad waar ze studie dan wel werk hebben, en in die omgeving zijn niet altijd gastgezinnen beschikbaar. Daarnaast kijken we heel erg naar persoonlijkheden en karakters. Soms vinden onze vrijwilligers, die stuk voor stuk professionals zijn, een op papier maakbare match geen verstandige match.

Wat voor type gastgezinnen melden zich bij jullie?
Dat is erg variërend.  We hebben studenten gehad, stellen met of zonder kinderen, alleenstaanden die veel thuis zijn of juist een kamer over hebben en veel weg zijn. We hebben werkelijk van alles. Het zijn voornamelijk Nederlanders, maar sinds kort hebben we ook een Syriër in ons bestand die zich als gastgezin aanbiedt.

Jullie begeleiden het matchingsproces. Zijn jullie tijdens de drie maanden ook nog actief?
Nadat we intensieve gesprekken hebben gevoerd en beide partijen aan elkaar voorgesteld hebben, stellen we vaak eerst een kennismakingsweekend voor. Als beide dan nog steeds door willen, trekken wij ons langzaam terug. Maar onze matchmakers blijven sowieso de hele periode bereikbaar. Ze nemen ook zelf contact op, om te kijken hoe het gaat en daar ook weer van te leren.

Komt het weleens voor dat mensen denken: ‘Hè balen, dit valt tegen’?
Dat hebben we nog niet gehad. Ons matchingssysteem is zorgvuldig in elkaar gezet. Beide partijen hebben in het proces verschillende momenten om af te haken. Als ze besluiten het te doen, dan hebben ze daar ook genoeg tijd voor gehad. Er is nog nooit een match voortijdig afgebroken.

Hoe gaat het na die drie maanden?
In de meeste gevallen blijven gastgezin en statushouder met elkaar in contact. Er ontstaan vriendschappen die langduriger zijn dan die drie maanden. Zo staat op onze Facebookpagina een verhaal van Roos. Zij heeft drie maanden een jongen van 21 in huis gehad. Heel het gezin speelt bij Roos een muziekinstrument, en hij ook. Hij is vervolgens in Rotterdam toegelaten op het conservatorium. Roos en haar gezin zijn bij elk optreden aanwezig. En hij komt nog weleens langs bij haar, met de was, haha. Ze heeft het gevoel dat ze er een kind bij heeft.

Waarom is een gastgezin beter dan een asielzoekerscentrum?
In een azc ben je volledig geïsoleerd van de maatschappij. Je zit in een kamp waar je niet snel uitkomt. Je spreekt geen mensen, bereikt de stad nauwelijks. Dus nadat je een oorlogssituatie hebt meegemaakt, en een vreselijke tocht hier naartoe – niet zonder gevaren – , beland je in een kamp waar je maandenlang wacht op iets zonder dat je weet wat dat precies is. Of hoelang het duurt. Je komt niet in aanraking met Nederlanders, de cultuur of de taal, terwijl je weet dat je in het land zal blijven. Dus waarom is een gastgezin beter? Omdat je de isolatietijd en de wachttijd drastisch kan verkleinen en iemand welkom kan laten voelen in een huis. Je kan iemand helpen om op eigen benen te staan, zijn kracht weer te vinden en opnieuw een eigen leven op te bouwen. Huizing is een middel daartoe.

Jullie werken alleen met een logeerregeling. Waarom is het zelfzorgarrangement geen optie bij jullie?
We begeleiden mensen met het doel om ze om samen te laten gaan met een logeerregeling. Als ze daarna door willen, kunnen ze zza aanvragen bij het COA, op eigen initiatief. In enkele gevallen is dat ook gebeurd. Wij hebben voor onszelf besloten dat wij dit faciliteren met behulp van de logeerregeling. Het zza is een optie als mensen het naar hun zin hebben en het uitzicht op een woning er nog niet is.
Met een zelfzorgarrangement vraag je veel meer van mensen; het kan twee jaar duren. Natuurlijk kan je afspraken maken over de tijdsduur, maar je vraagt een veel groter commitment van mensen. Iemand wordt ingeschreven op je huisadres, het kan consequenties hebben voor mensen in de bijstand, voor je (gemeente)belasting enzovoorts. Het is een grotere beslissing om met iemand samen te gaan wonen dan om iemand logeren te hebben. En bij de logeerregeling blijft iemand geregistreerd in het azc. Via die plek blijven de verzekeringen ook lopen. Statushouders kunnen daar ook altijd terugkeren.

In jullie activiteitenverslag staat dat jullie dit jaar 160 statushouders in een huis verwachten te plaatsen. Is dat ook een doel?
Dat is het aantal dat we denken te halen, maar we willen enkel goede matches maken. We willen vertrouwen hebben in een match. We werken niet met targets, maar met mensen. Als we een match gevormd hebben, willen we rustig kunnen slapen.

U bent zelf in de jaren ’90 gevlucht uit voormalig Joegoslavië. Hoe waren uw eerste maanden in Nederland?
Wij hebben elf maanden in een azc gezeten, zonder dat we wisten wat ons te wachten stond. Ik wist niet eens hoe Nederland eruit zag. Het enige dat we zagen, waren grote bungalows met grote hekken eromheen. Je bent bijna een jaar letterlijk alleen met je kleine familie tijd aan het overbruggen in onwetendheid en spanning over wat je te wachten staan. Mag je blijven? En zo ja: wat gaan we zien?

Een nare ervaring?
Daarom denk ik dat het een mooie ervaring is voor mensen om drie maanden in een familie opgenomen te worden. Dat ze daarna de taal spreken en de weg kunnen vinden. Als ze dan een brief krijgen dat ze een huis hebben, kunnen ze zelf hun weg vinden. Ik weet wat het betekent om elf maanden te wachten. En ik weet ook wat het betekent om het op een andere manier te doen, want ik zie het in de ogen van mensen die het dankzij ons ervaren. Wij hopen het voor een kleine groep op een andere manier te doen. Als dat voor één iemand lukt, is het mooi en goed.

 

 

 

 

Minder bootvluchtelingen, maar gevaarlijkere overtochten

Begin deze maand berichtte de Volkskrant dat de Italiaanse kustwacht 1.300 bootvluchtelingen had opgepikt, op één zaterdag. In het najaar van 2015 waren deze berichten aan de orde van de dag, met als belangrijkste verschil: de tocht ging toen van Turkije naar Griekenland. Volgens de Volkskrant is er een verband met de Turkije-deal. Klopt dit? En hoe gevaarlijk zijn de overtochten eigenlijk?

 

IMG-20160621-WA0007
Aankomst op Lesbos – door Ruben Guykens

Hij sprak een afscheidsboodschap voor zijn familie in op zijn telefoon. Anderen zongen vrijheidsliedjes, om het laatste moment zo positief mogelijk te beleven. ”Iedereen dacht: Dit is het einde”, herinnert Caesar* zich. Nadat hun boot zonk dreef hij met zo’n vijftig andere vluchtelingen vijf uur lang in zee voordat een boot van het Turkse leger iedereen oppikte.

Luister hier naar Caesar, die vertelt hoe de voorbereidingen op een overtocht verlopen, beginnend op een markt in Turkije:


Het verhaal van de 23-jarige Syriër staat niet op zich. Alleen al in 2015 waagden meer dan één miljoen mensen de overtocht per boot naar Europa, waarvan het grootste deel vanuit Turkije naar Griekenland, om zich vervolgens over het continent te verspreiden. Een deel bereikte Nederland en in het najaar van 2015 beheerste dit het nieuws. Maar hoe gevaarlijk was de route die deze mensen aflegden per boot? En hoeveel mensen steken er tegenwoordig nog de Middellandse Zee over?

Gevaren
Volgens Caesar (lees hier zijn hele verhaal) zijn de gevaren groot: de bootjes zijn te klein en te vol bepakt. Daarnaast zorgen commando’s voor angstige situaties door het op volle zee rubberboten lek te prikken. Ruben Guykens (30) bevestigt dit beeld. Namens Stichting Bootvluchteling hielp hij tweemaal (november 2015 en januari 2016) vluchtelingen het land op en bood hij ze de eerste hulp. ”Je zag de angst in de ogen van de mensen. Bij aankomst waren ze natuurlijk blij, maar veel mensen huilden. Alle spanning kwam eruit. Zo’n boottocht is gewoon erg eng.” Om het zelf te ervaren ging Guykens zelf de zee op in zo’n rubberboot. ”Daar word je niet vrolijk van. Het niveau van het water is ongeveer gelijk aan de het niveau van de boot. Bij elke golf komt er water naar binnen.”

Luister hier naar Ruben, die vertelt over twee gebeurtenissen die hem erg bij zijn gebleven:

 

Grotere kans zeemansgraf
Caesar had uiteindelijk drie pogingen nodig om Europa te halen, maar er zijn er ook die in hun zoektocht naar een nieuw leven de dood vinden. In 2015 stierven minimaal 3.771 mensen op zee; tot 22 juni 2016 kwamen zeker 2.868 vluchtelingen om. En gemiddeld genomen is de kans om te overlijden tijdens de boottocht flink toegenomen, legt Flip van Dyke uit. Hij specialiseerde zich in migratiecijfers, analyseert deze dagelijks en deelt zijn bevindingen via onder andere zijn blog. ”De kans om te overlijden tijdens een overzeese tocht naar Italië is 1/21. Naar Griekenland ligt dit ongeveer op 1/450.” Het weer speelt hierbij volgens hem een grote rol. ”In combinatie met de afstand. Vanaf Turkije kan je Griekenland zien liggen, dat is op sommige plekken 7,5 km. In tabellen waarin de golfslag en het aantal oversteken gecombineerd wordt, zie je dat mensen bij een vlakke zee het water opgaan. Van Libië naar Italië ben je echter zo anderhalve dag onderweg, dus dan kan het weer onderweg flink omslaan.”

– Tekst loopt onder de afbeelding door –

Flip Tweet
Tweet van Flip van Dyke over het aantal aankomsten in Italië in de afgelopen drie jaar


Geen waterbedeffect
Doordat de route naar Griekenland ongeveer is ‘opgedroogd’, zoals Van Dyke het zegt, zijn er relatief meer vluchtelingen die naar Italië proberen te komen. Relatief, want van een waterbedeffect is sinds de invoering van de Turkije-deal, die in het kort inhoudt dat mensen die vanuit Turkije naar Griekenland gaan teruggestuurd worden,  nog geen sprake. Volgens Van Dyke zijn daar twee redenen voor. ”Voor Syriërs, vorig jaar veruit de grootste groep, is het heel moeilijk om in bijvoorbeeld Libië te komen. Ze hebben in alle die Afrikaanse landen een visum nodig.” Daarnaast daalde het aantal mensen dat de oversteek waagde al vanaf oktober 2015. ”Die daling heeft doorgezet. Mogelijk door de situatie in Syrië, maar waarschijnlijk vooral doordat de situatie in de vluchtelingenkampen in Turkije is verbeterd. De slechte situatie daar was voor velen een reden om de oversteek naar Griekenland te wagen.’

– Tekst loopt onder de video door –

De aantallen uit 2015

Nooit
Caesar haalde het na 3 pogingen en tweemaal de dood in de ogen te hebben gekeken. In Nederland probeert hij nu een bestaan op te bouwen. Zijn vrouw komt waarschijnlijk nog dit jaar over, in het kader van gezinshereniging. ”En als dat niet lukt, dan probeer ik terug te gaan. Ik wil absoluut niet dat zij zo’n dodemanstocht per boot maakt. Nooit.”

*Caesar is in verband met privacy een gefingeerde naam.

‘Iedereen dacht: Dit is het einde’

VERHAAL VAN CAESAR, EEN 23-JARIGE SYRIËR DIE DRIEMAAL VAN TURKIJE NAAR GRIEKENLAND PROBEERDE TE KOMEN

”Het grootste gevaar bij een boottocht van Turkije naar Griekenland? De smokkelaars. Zonder twijfel. Ze houden je voor de gek met de grootte van de boten, ze pakken al je spullen af en ze dwingen je met kalashnikovs de zee op te gaan. En na de smokkelaars de commando’s.”

Stuurloos dobberen
”Mijn eerste poging ging de mist in doordat de motor er na twee uur varen mee ophield. Waarschijnlijk doordat er water in de motor kwam en we met teveel mensen op zo’n klein bootje zaten. Er kwam veel water in de boot. We deden onze T-shirts uit en legden deze op de bodem om  ze vervolgens buitenboord uit te wringen. Ondertussen belden we naar het Rode Kruis van Griekenland, zodat zij ons op konden halen. Ze vroegen onze locatie, maar die wisten we niet. We dobberden zes uur lang stuurloos in het water. Kinderen zaten op schoot bij hun ouders; ik zat tussen de benen van mijn neef. Toen kwam er een Turks vissersschip langs die ons allemaal heeft opgepikt en terug naar Turkije gebracht.”

”Daar werden we opgepakt en zaten we allemaal een week vast. Bij de vrijlating moesten we een papier ondertekenen waarin we beloofden het nooit meer te doen, maar iedereen ondertekende met een willekeurige naam. Sommige zelfs met de naam van een bekende Arabische artiest; die kennen ze in Turkije toch niet.”

Driehoeksverhouding
”Mijn tweede poging kon ik wagen met het geld van de eerste tocht. Bij het betalen van de reis is er een driehoeksverhouding. ‘The office’, de smokkelaar en jij. Bij ‘the office’ betaal je. Als je in Europa bent, bel je iemand in Turkije die doorgeeft dat je aangekomen bent. Dan kan de smokkelaar bij het geld. Zolang je niet in Europa aankomt, blijft het geld in de kluis en kan je zo vaak een poging wagen als je wilt. Ik wilde mijn geld (1.200 dollar) terug, maar zo bleek het niet te werken.”

Smokkelaars met kalashnikovs
”We verzamelden weer op een plein, waar iedereen ons kon zien. En gezien onze reddingsvesten wist iedereen wat we gingen doen, maar niemand zei er iets van. Vanaf daar vertrokken we met de auto naar een bos, waarvandaan we nog een stuk moesten lopen. Toen we op het strand kwamen was de boot iets groter dan de vorige keer: negen bij twee meter. De eerste boot was zes bij anderhalve meter, terwijl ze een boot van twaalf bij drie meter hadden beloofd. Er waren zo’n zeven smokkelaars, allemaal met een kalashnikov. Zij bleven zelf op het strand. Wij moesten al onze bagage achterlaten. Ik had mijn papieren op mijn buik en een knuffelbeer mee die ik van mijn vrouw had gekregen, als herinnering aan

IMG-20160619-WA0006
Foto die Caesar maakte onderweg

haar.”

‘Dit is het einde’
”Dit keer werden we onderschept door commando’s, volgens mij Duitse. Ze sloopten de motor en staken de boot lek. We waren allemaal erg bang. Ze voeren rondjes om ons heen, waardoor er hoge golfen kwamen. Even dacht ik dat ze ons naar Griekenland zouden brengen, maar ze deden niks. Iedereen dacht dat dit het einde was. Mensen zongen liedjes over vrijheid en we maakten video’s op onze telefoon met afscheidsboodschappen voor onze families. Ik dacht ze nooit meer te zullen zien…”

”We hebben uiteindelijk vijf uur lang in het water gelegen. Vijf uur! Kinderen, vrouwen, iedereen. We wisten dat onze reddingsvesten het acht uur vol zouden houden. We schreeuwden naar de Duitsers, belden iedereen, maar niks hielp. Op dat moment kwam een boot van het Turkse leger om ons op te pikken.”

Dodemanstocht
”Twee dagen later bereikte ik uiteindelijk Lesbos, waar Griekse mensen ons op het land hielpen. Inmiddels zit ik in Nederland en wacht ik tot mijn vrouw over komt vanuit Syrië. Ik wil samen zijn met mijn vrouw, maar wil niet dat zij zo’n dodemanstocht maakt over zee. Dus als het via het IND niet lukt, dan zal ik proberen terug te gaan.”

 

*Caesar is in verband met de privacy een gefingeerde naam.