Categorie: Amber Spek

Van toetsingsverbod naar Bundesverfassungsgericht?

Waar in Duitsland het Bundesverfassungsgericht als constitutioneel hof een belangrijke rol speelt in de politieke besluitvorming, ligt er in Nederland al jarenlang een uitzichtloos voorstel van GroenLinks om het toetsingsverbod op de Grondwet op te heffen.

Door Amber Spek 

Een alom bekend recht uit onze Grondwet is het recht op vrijheid van meningsuiting. Stel dat er in politiek Den Haag een wet wordt aangenomen die het uitspreken van het woord chocolade strafbaar maakt, dan is die wet volgens Jerfi Uzman, universitair docent aan de afdeling staats- en bestuursrecht van Universiteit van Leiden, in strijd met dat recht. Als je als burger graag over chocolade wilt blijven praten kun je besluiten om naar de rechter te stappen en te vragen of de rechter die nieuwe wet kan toetsen aan de Grondwet, in de hoop dat de chocolade-wet onverbindend wordt verklaard. Maar hoewel de rechter de nieuwe wet mag toetsen aan mensenrechten uit internationale verdragen, verbiedt artikel 120 van de Grondwet momenteel toetsing aan de Grondwet (constitutionele toetsing) door rechters. Uzman: “We zitten nu in de rare situatie dat de Nederlandse rechter wel wetten mag toetsen aan internationale mensenrechten, zoals het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), maar dat de rechter niks mag met de Grondwet waar diezelfde rechten zoals vrijheid van meningsuiting in staan.”

Het initiatiefvoorstel Halsema

Een initiatiefvoorstel dat rechters het recht zou geven om formele wetten te toetsen aan een aantal bepalingen van de Grondwet, werd al in 2002 door Femke Halsema ingediend en in eerste lezing in zowel de Eerste als de Tweede Kamer aangenomen. Maar inmiddels heeft het voorstel, dat is overgedragen aan GroenLinks-kamerlid Liesbeth van Tongeren, in de tweede lezing nog maar weinig kans van slagen. Omdat het gaat om een grondwetswijziging is het nodig om een tweederdemeerderheid van de stemmen binnen te slepen, maar onder andere de VVD is tegen.


Het toetsingsverbod in 1 minuut uitgelegd:


Het democratie-argument

Het voornaamste bezwaar waar tegenstanders van het wetsvoorstel-Halsema mee op de proppen komen is het zogenoemde democratie-argument. “In Nederland is er toch een primaat van de politiek. Vooral sinds de jaren ’60 toen politici veel mondiger werden. Wij zijn niet zo geneigd om rechters oordelen te laten uitspreken over politici. Dat zie je bij het vorige proces over Geert Wilders bijvoorbeeld. Wilders heeft dat glansrijk gewonnen en daar kwamen de rechters echt in het verdomhoekje terecht. Heel nadrukkelijk vanuit het idee: ‘Wilders moet kunnen zeggen wat hij denkt en wat denken die benoemde rechters wel dat zij daar Wilders een beetje de mond gaan snoeren, dat kan niet’. Dat past heel erg in het Nederlandse politieke klimaat. Wij willen liever niet dat onze politici gemuilkorfd worden door rechters of door Europese bureaucraten,” legt Hanco Jürgens van het Duitsland Instituut Amsterdam (DIA) uit.

Hanco Jürgens (DIA): “In Duitsland is de democratie ooit ontspoord op democratische wijze.”

Paul Bovend’Eert die als hoogleraar staatsrecht verbonden is aan de Radboud Universiteit Nijmegen legt uit dat de oorzaak van dit denken te herleiden is uit onze geschiedenis. “Wij hebben een geschiedenis waarin de koning belangrijk was. De geschiedenis van een monarchie waarin oorspronkelijk de koning het hoofd van de regering was. Koning Willem I had liever geen last van eigenwijze onafhankelijke rechters en voelde er niks voor om een sterke onafhankelijke rechter naast zich te hebben. Eigenlijk daarna is sterk het idee opgekomen dat het niet juist is als een democratisch vastgestelde wet door het parlement door een niet-democratisch gelegitimeerde rechter opzij gezet zou kunnen worden, wegens strijd met de Grondwet. Dus eerst was het de koning die zijn gezag niet wilde laten beperken door de rechterlijke macht en daarna heeft het democratie-argument de overhand gekregen.”


Hanco Jürgens van het Duitsland Instituut Amsterdam legt uit wat het effect is geweest van de Tweede Wereldoorlog op het ontstaan van het Bundesverfassungsgericht in Duitsland en vertelt daarbij ook over de invloed van het Amerikaanse model op deze totstandkoming:


Een land waar in tegenstelling tot in Nederland het democratie-argument van ondergeschikt belang is als het gaat over de mogelijkheden van constitutionele toetsing, is Duitsland. Duitsland kent dan ook een andere historie. Jürgens: “In Duitsland was er de Republiek van Weimar en die democratie is ontspoord op democratische wijze. Dat is iets wat men daarna absoluut wilde voorkomen.” Uzman: “Duitsland heeft een naar verleden met wat de politiek allemaal kan doen en op een gegeven moment is daar heel duidelijk gezegd: ‘we realiseren ons dat de democratie ook heel gevaarlijk kan zijn, dus willen we graag een tegenwicht tegen de democratie hebben’.”

Het Bundesverfassungsgericht kwam tot stand

In Duitsland kwam daarom in 1951 het Bundesverfassungsgericht tot stand. Bovend’Eert vertelt dat de Duitsers het Bundesverfassungsgericht ‘Hüter der Verfassung’ noemen: een toezichthouder die ervoor zorgt dat iedereen zich aan de Grondwet houdt. “Het Bundesverfassungsgericht in Karlsruhe heeft als exclusieve taak om te toetsen aan de Duitse Grondwet. Dat kunnen bondswetten zijn, dus wetten van de Bondsdag (de federale wetgever), maar ook andere regelingen. Het hof heeft uitgebreide bevoegdheden en kan ook wetten die in strijd zijn met de Grondwet vernietigen.”

Jürgens vindt het positieve effect van het Bundesverfassungsgericht vooral dat zij een belangrijke rol vervullen in de soevereiniteitsoverdracht van Europa naar Duitsland. “Het interessante van de rol van het constitutionele hof in Duitsland is dat zij ook enigszins op de rem staan waar het gaat om de Europese integratie. Het hof kijkt of die integratie in lijn is met de Duitse Grondwet en heeft daarom ook de positie van de Bondsdag heel erg versterkt ten opzichte van het kabinet. Het hof vond dat de soevereiniteitsoverdracht veel te makkelijk plaatsvond zonder dat de Bondsdag daar iets over te zeggen had. Het is een constitutionele waakhond die even kijkt van ‘kan dat allemaal zomaar?’.”

Jürgens is om die reden ook van mening dat een constitutioneel hof zoals in Duitsland ook een toevoeging zou kunnen zijn in ons land. “Onze verhouding met Europa is eigenlijk niet in de Grondwet geregeld. Nederland respecteert de internationale verdragen en die internationale verdragen prevaleren boven de nationale wetgeving. Dat is vanuit een perspectief jaren ’50/’60, toen dat zo is ingevoerd, goed te begrijpen. Maar op dit moment is er ook heel veel kritiek op Europa en op die Europese wetgeving. In Duitsland wordt die kritiek enigszins gestroomlijnd door het constitutionele hof die dus zegt: ‘we gaan eens even kijken of het in lijn is met onze Grondwet’.”

“Universitair docent Jerfi Uzman: Je kunt niet zomaar zeggen: ‘wij zijn geen Duitsland dus constitutionele toetsing hebben wij niet nodig’.”

Uzman meent daarnaast, verwijzend naar de Tweede Wereldoorlog, dat wat in Duitsland is gebeurd ook in Nederland had kunnen gebeuren.  “Je kunt niet zomaar zeggen: ‘wij zijn geen Duitsland dus dat hebben wij niet nodig’. Maar wat misschien nog wel belangrijker is: naar het democratie-argument is de laatste tijd veel onderzoek gedaan. Wat je ziet is dat 99% van de wetten die getoetst worden, worden niet in strijd met de Grondwet of mensenrechten verklaard. In die gevallen waarbij een wet wel in strijd wordt geacht met de Grondwet, is het vaak verouderde wetgeving zoals het strafbaar stellen van homoseksualiteit. Wat je ziet in Duitsland, is dat er eigenlijk een heel mooie samenwerking is tussen de regering en het parlement aan de ene kant en de rechter aan de andere kant.”


Staatsrechtgeleerde Paul Bovend’Eert ziet niet zoveel in een constitutioneel hof in Nederland. Waarom is zo’n hof wel een succes in Duitsland en waarschijnlijk niet in Nederland? Bovend’Eert vertelt het in het 3 minuten-interview hieronder:


En constitutioneel hof in Nederland, is dat een goed idee?

Bovend’Eert vermoedt echter dat een hof niet nodig is in Nederland. “De meeste zaken voor het constitutioneel hof zijn grondrechtenzaken. Duitsland is daarnaast een federale staat met allemaal deelstaten. De geschillen tussen de deelstaten worden beslist bij het constitutionele hof. Wij zijn geen federale staat, dus we hebben dat niet in Nederland. En wat er overblijft is de categorie: politieke geschillen. En of je politieke geschillen ook moet opdragen aan de rechter en of dat nou zo nodig is…” Jürgens: “Niet nodig? Dat weet ik niet. Als je kijkt naar de Europese verdragen die gesloten worden, dan doet het Duitse constitutionele hof vaak een uitspraak en die zijn niet gering. In Nederland is er ook angst voor al te makkelijke soevereiniteitsoverdracht. Dat kun je natuurlijk aan de Tweede Kamer overlaten om dat te voorkomen, maar in Duitsland denkt het Constitutionele Hof daar sterk over mee en dat vind ik geen slechte zaak.”


Stel: er zou een constitutioneel hof in Nederland komen, hoe moeten we dit in dan realiseren, wie gaat deze verantwoordelijkheid op zich nemen? Hanco Jürgens ziet een mogelijkheid voor de Raad van State om dit te organiseren. Jerfi Uzman denkt nog een betere optie te kennen. Luister hieronder naar zijn antwoord op deze vraag:


[yop_poll id=”11″]

(Klik hier voor het persoonlijk statuut van de auteur van dit artikel.)