Auteur: Rahanna v Stapele

Provinciaal stemmen, waarom?

Over drie maanden kan er weer gestemd worden voor de Provinciale Staten. Over een langere periode gezien, is er sprake van een dalend verloop in de opkomst bij de Provinciale Statenverkiezingen, die met 47,8% in 2015 erg laag is. En dat is jammer, want zo is het provinciebestuur steeds minder representatief voor haar volk. Vooral onder jonge mensen is de opkomst bij de stembus mager. Hoe kan dat? En waarom zouden we wél gaan stemmen?

Ferenc van Damme is communicatiestrateeg en beleidsontwikkelaar ‘Participatie & Communicatie’ bij de provincie Overijssel. Als het specifiek gaat om de lage opkomst onder jongwassen kiezers, denkt Van Damme wel een belangrijke factor te kunnen noemen. “De lage opkomst komt volgens mij onder andere omdat de wereld zó aan het veranderen is, dat een heleboel jonge mensen sowieso niet meer meedoen aan de systemen uit de twintigste eeuw. Besturen, verenigingen, dorpsraden… Alle voorbeelden van die oude systeemwereld verliezen op dit moment aan belangstelling. De manier waarop politiek nu wordt aangeboden spreekt een heleboel mensen gewoon niet meer aan. Daarom zijn wij druk bezig met de vraag; wat dan wél?”

Die ‘wij’ is in dit geval de groep ‘Studio Vers Bestuur’. Van Damme maakt deel uit van deze Overijsselse beweging die onderzoek doet en experimenteert met manieren waarop het misschien anders zou kunnen. De gemeente Staphorst is op dit moment toneel van zo’n interessant experiment. Namelijk: wat gebeurd er als de gemeenteraad zelf niet langer allerlei besluiten neemt, maar meer de rol van coach op zich neemt om mensen uit Staphorst zelf beslissingen te laten nemen. Van Damme: “Daarvan leren we heel veel dingen op dit gebied. We doen eigenlijk héél veel praktijkexperimenten, met gemeenten, met waterschappen, en met groepen inwoners.”

“Als je politiek op hele andere manier aanbiedt dan heeft ineens iedereen een mening”

Toch stemmen

Van Damme benoemd het veranderend politiek klimaat en het effect daarvan, maar begrijpt van de andere kant niet dat jongeren níet gaan stemmen. Volgens hem moet men zich beter realiseren dat het gaat om hun eigen geld en hun eigen leefomgeving. “In vier jaar wordt hier beslist over wel een miljard euro. Tot nu toe is dit de énige manier waarop je invloed kunt uitoefenen. Als je niet gaat stemmen wordt er door allemaal oudere mensen besloten waar het geld heen gaat en dan krijg je helemaal níks van de dingen die voor jou interessant kunnen zijn. Je kan achteraf wel gaan protesteren wat er allemaal tegen jouw zin in besloten is, maar je bent zelf zo stom geweest om niet te gaan stemmen. Als je nu behoefte hebt aan beter openbaar vervoer, festivals of banen in Overijssel, ga dan in ieder geval naar de stembus.”

“Jouw geld, jouw leefomgeving.. Je bent hartstikke gek als je daar geen invloed op uit wilt oefenen.”

Brexit

Een interessant vergelijking is die tussen de lage opkomst van jongeren bij de stembus hier in Nederland, en de recente gebeurtenissen in Engeland. Bij het Brexit-referendum blijkt dat 90% van de mensen ouder dan 65 jaar is komen opdagen, tegenover maar 64% van de 18- tot 24-jarigen. De uitslag is daarom sterk bepaald door de oudere bevolkingsgroepen. Onderzoeken achteraf gaven aan dat 70% van de jongeren die wél stemden, tegen de Brexit waren. Jong Engeland zat dus helemaal niet te wachten op een afscheiding van de EU, en is daar nu dus mee blijven zitten. Een voorbeeld waarbij perfect te zien is hoe een hoge opkomst van jonge stemgerechtigden ontzettend bepalend kan zijn.

Door te stemmen kan je dus invloed op jouw gemeente en directe leefomgeving uitoefenen, maar dat is niet de enige macht die de kiezer aankomende maart heeft. Bart Eugelink is docent maatschappij en legt uit waarom de Provinciale Staten nu een sleutelrol kunnen spelen.

Democratie

Het is duidelijk dat er een aantal legitieme redenen zijn voor de grote afstand tussen jonge kiezers en de Provinciale Staten. Veranderende tijden en een bestuur dat qua gevoel ver van je af staat. Toch is kenbaar maken van je mening via de ouderwetse stembus op dit moment nog heel belangrijk. Van Damme: “Het maakt wel degelijk uit of de statenzaal hier vol komt de zitten met PVV-ers of mensen van GroenLinks. Het besef dat democratie van iedereen zou moeten zijn..”

Als je van plan bent om in Maart wél te gaan stemmen, kan de Provinciale Verkiezingen-stemwijzer  je misschien helpen bij het maken van een keuze: die wordt half januari gepresenteerd.

Maikel Kessing is 26, actief bij D66 en van plan om wél te gaan stemmen. Beluister hier zijn beweegredenen.

Waarom zo weinig diversiteit in Nederlandse nieuwsredacties?

In 2015 deed de NRC onderzoek naar de etnische diversiteit op de negen grootste nieuwsredacties van Nederland. Afgelopen jaar publiceerden ze een follow-up. Uit de resultaten bleek dat het nieuws voornamelijk gemaakt wordt door autochtone Nederlanders. Maar een heel kleine hoeveelheid redactieleden bestond uit mensen met een andere etnische afkomst. Die percentages werden afgezet tegen de verhoudingen in de gehele bevolking. Daar ging het om een minstens vier keer zo groot aantal niet-autochtone Nederlanders. Er kan dus gezegd worden dat de grote nieuwsredacties niet representatief zijn. Bij regionale bladen, die niet betrokken zijn in het onderzoek van de NRC, lijkt de situatie niet veel anders te zijn. Op de redactie van De Stentor, een regionaal dagblad waarvan het verschijningsgebied zich uitstrekt van Flevoland tot de Achterhoek en Noordoost-Overijssel, bestaat vrijwel de gehele redactie uit autochtone Nederlanders. 

Opleidingen

De schaarste is al terug te zien in journalistiekopleidingen. Ook daar is het aantal studenten met een niet-Nederlandse afkomst zwaar in de minderheid. Individuen uit etnisch-culturele groepen lijken vaker te kiezen voor beroepen die veel zekerheid bieden. Denk hierbij aan een economische- of rechtenstudie. Dan is een opleiding journalistiek geen voor de hand liggende keus.

Blinde vlekken

Zoë Papaikonomou is journalist en heeft dit jaar een boek over het gebrek aan diversiteit in de media uitgebracht. Wat haar betreft is een homogene, ‘witte’ redactie alles behalve wenselijk. “Als een redactie diversiteit mist, dan mist het in feite ook onderwerpen. Kranten hebben het al moeilijk, dan moet je er juist voor zorgen dat je in ieder geval de mensen die je bediend ook bereikt. Het lijkt me lastig als je een paar hele blinde vlekken hebt voor groepen die ook gewoon in de betreffende regio wonen. En verschillende soorten mensen brengen verschillende perspectieven mee.” Wat Papaikonomou betreft is de situatie enigszins vergelijkbaar met de ondervertegenwoordiging van journalisten uit Noordoost-Nederland op redacties. Wat weer tot gevolg heeft dat het nieuws heel erg bepaald wordt door stedelijke journalisten en dat bepaalde onderwerpen nooit aan bod komen omdat die nu eenmaal niet zo spelen in de randstad.

Als je wilt veranderen en  meer diversiteit wilt creëren, dan moet je dat per definitie forceren.

Netwerken

Als er in verhouding weinig mensen met een etnisch diverse achtergrond op je vacatures afkomen, moet je je als redactie dan maar neerleggen bij een homogene samenstelling? Papaikonomou vindt van niet en ziet dat eigenlijk een beetje als een zwaktebod. “In veel vakgebieden is het heel normaal dat je zelf talent gaat zoeken en dat je niet gaat wachten tot ze naar jou toe komen. Als je een homogene groep hebt, dan is het logisch dat je weinig netwerken daarbuiten hebt. Dus als je wilt veranderen en  meer diversiteit wilt creëren, dan moet je dat per definitie forceren.” Ze adviseert redacties om hun eigen netwerk te vergroten, maar geeft ook aan dat andere factoren een rol kunnen spelen, zoals onbewuste vooroordelen. Werkgevers hebben bijvoorbeeld snel de neiging om sneller sollicitanten aan te nemen die op hen lijken. Een ander probleem is ook dat er in Nederland bijna geen leidinggevenden zijn met een andere etnische-culturele achtergrond, terwijl die natuurlijk het beleid maken en nieuwe mensen aannemen. Het is dan ook belangrijk dat er naar meer diversiteit wordt gestreefd in hogere functies, en niet alleen bij het aannemen van nieuw talent.

En eigenlijk is de Engelse term, affirmative action, beter.

De Correspondent

In 2015 startte de redactie van De Correspondent een initiatief om haar eigen diversiteit te vergroten. In oktober van dat jaar werd er begonnen met het scouten van talent met een niet-westerse afkomst, met in de aanbieding twee fulltime banen en meerdere proefplekken en plekken als gastcorrespondent. Er werd besloten voor een transparante aanpak te gaan en er werd uitgebreide uitleg op hun website geplaatst. Daarnaast nodigde de redactie vertegenwoordigers van verschillende migrantengroepen uit en werd er op de georganiseerde nieuwe pitchdagen speciaal gescout naar ‘divers talent’. “Ik ben zelf erg voor positieve discriminatie”, aldus Papaikonomou. “En eigenlijk is de Engelse term, affirmative action, beter. Als je het hebt over diversiteit forceren, dan denk ik dat positieve discriminatie daar een onderdeel van is. Soms moet je forceren om andere invloeden te laten binnenkomen.

Openstaan voor nieuwe mensen

Als het wel lukt om een meer heterogene redactie te vormen, dan is het nog zaak om dat zo te houden. Als een journalist qua afkomst of cultuur zwaar in de minderheid is op zijn redactie, kan hij zich snel een vreemde eend in de bijt gaan voelen. Het is dan ook zaak dat iemand zich niet helemaal moet conformeren aan een nieuwe redactie, maar dat die redactie ook openstaat voor mensen die erbij komen. “Heel veel redacties zeggen dat ze diversiteit belangrijk vinden en dat geloof ik ook. Het is een proces dat van twee kanten moeizaam verloopt. Maar er is echt genoeg talent dat kwalitatief heel goed is en prima in de journalistiek zou kunnen werken.”

Geen diversiteit op de redactie van De Stentor

De NRC onderzocht eerder al de negen grootste nieuwsredacties in Nederland op diversiteit. Maar hoe zit het met de regionale redacties? Ik interview Ger Dijkstra. Hij is adjunct-hoofdredacteur bij De Stentor, een regionale krant waarvan de centrale redactie is gevestigd in Zwolle. De oplage van De Stentor bedraagt zo’n 90 duizend kranten.

Van Ger Dijkstra, adjunct-hoofdredacteur van de Stentor, horen we dus onder andere dat er volgens hem niet veel te kiezen valt, en de aanwas van journalisten met een niet-westerse migratieachtergrond schaars is. Daarnaast kiest hij, in zijn woorden, liever voor talent dan afkomst. Kan Coen Polack, redactiechef bij het Leidsch Dagblad, dat beamen? Beluister het hieronder.