Vluchtelingen integreren dankzij noodoplossing

 

Note: In dit verhaal is een asielzoekers iemand die om asiel vraagt. Een vluchteling of een statushouder is iemand die asiel heeft gekregen.

Het is rond kwart over één als er geluncht wordt bij familie Boxhoorn. Het gezin woont in het pittoreske Zalk. Een dorpje tussen Zwolle en Kampen, dat beschikt over twee kerken en één restaurant en landelijk bekend is dankzij kruidenvrouwtje Klazien. De Boxhoorns dragen zorg over enkele kippen, een groentetuin en een hond die eenieder die het erf betreedt hartelijk begroet. De melk komt op tafel, net als de sneetjes brood en de chocoladehagelslag. Maar ook Turks brood, Syrische yoghurt en maté (een bittere thee uit oorspronkelijk Zuid-Amerika). Het zijn invloeden van Tareq Alshoffe, een Syriër die sinds mei van dit jaar bij de Zalkers in huis woont. Hij is één van de honderden statushouders in Nederland die een verblijf in een gastgezin verkiest boven het asielzoekerscentrum.

In de periode dat Tareq in de noodopvanglocatie de IJsselhallen (Zwolle) verbleef, was Ankie Boxhoorn actief betrokken bij enkele activiteiten. Bij gezamenlijk koken tussen Nederlanders en asielzoekers zagen ze elkaar voor het eerst en nadat Tareq een keer een presentatie over Syrië had gehouden, kwam Ankie naar hem toe om nog wat vragen te stellen. ”Maar ik heb geen idee meer wat ze vroeg”, herinnert de Syriër zich. ”Ik kon alleen maar naar haar gezicht kijken. Ze lijkt precies op mijn eigen moeder.” De klik was er, ze intensiveerden het contact via WhatsApp en Ankie haalde Tareq af en toe op uit de IJsselhallen om in Zalk even een kopje thee te doen.

overzicht_capaciteit_augustus_2016_met_titel1
Bron: COA

Hij was overigens niet de enige. In totaal heeft Ankie zeker twintig mannen over de vloer gehad, die ze allemaal ontmoette in de IJsselhallen. ”Als je goed contact met elkaar hebt, dan kan dat. En bij sommige dacht ik ook: ‘die heeft het echt even nodig om uit de IJsselhallen te gaan’. Even uit de onrustige omgeving en een andere kant van Nederland zien.” Met hun verleden als pleeggezin was de familie Boxhoorn wel wat gewend. Uiteindelijk bood Ankie vier mannen, waaronder Tareq, een zelfzorgarrangement (zza) aan. Daarmee kunnen statushouders bij een gastgezin hun definitieve huisvesting afwachten, in plaats van in een asielzoekerscentrum.

Doorstroom azc’s bevorderen
Het tijdelijk verblijven in een gastgezin is iets wat de Nederlandse overheid sinds afgelopen jaar stimuleert. De huisvesting van vluchtelingen verloopt namelijk moeizaam, waardoor de asielzoekerscentra (azc’s) van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) behoorlijk vol zitten. Afgelopen oktober voelde het COA zich zelfs gedwongen om een beroep te doen op crisisopvang, wat bekende dat asielzoekers tijdelijk in sporthallen kwamen te zitten (zie bovenstaand overzicht). Als extra maatregel mogen gemeenten inmiddels ook statushouders in kantoorgebouwen of vakantieparken plaatsen, om de doorstroom in azc’s te bevorderen. Mede om diezelfde reden biedt de overheid ook de logeerregeling en het zza aan. Het grootste verschil tussen beide regelingen is dat de logeerregeling voor maximaal drie maanden is en het zza tot het moment van huisvesting (de overige verschillen zie je in de afbeelding (COA)).

Verschillen zza logeerregeling
Verschillen zelfzorgarrangement en logeerregeling (COA)

 

Goede ontwikkeling
Inmiddels maken (of maakten) al honderden statushouders gebruik van een van beide opties, waardoor ze het azc achter zich laten. Een goede ontwikkeling, volgens Halleh Ghorashi, hoogleraar Diversiteit en Integratie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze doet al zo’n twintig jaar onderzoek naar asielzoekerscentra en is allesbehalve enthousiast over de grote opvanglocaties. ”Uit onderzoek komt naar voren dat mensen in een geïsoleerde situatie terechtkomen”, verklaart Ghorashi. ”Dat leidt tot depressiviteit en disconnectie met de samenleving. Moet je je voorstellen dat je heel veel ellende hebt meegemaakt en dan enkele jaren in een azc terecht komt”, gaat ze verder. ”Dan ben je eigenlijk alleen maar met die herinneringen bezig bent. Als je dat jaren hebt gedaan, zonder perspectief, dan word je gewoon psychisch ziek. Het is heel slecht voor het welzijn van vluchtelingen.”

Tareq onderschrijft de stellingen van de hoogleraar. Hij zat zelf in azc’s in Doetinchem en Overloon en is blij dat hij inmiddels in Zalk kan verblijven. ”Buiten het asielzoekerscentrum voel ik me geen vluchteling, daarbinnen wel. Ik kan nu dingen doen als helpen met koken, de tuin verzorgen of andere dingen in het huis. In een azc doe je niks, zit je in de middle of nowhere, kan de beveiliging zomaar je kamer binnenstappen en heb je altijd het verschrikkelijke nieuws uit Syrië.”

Het belangrijkste waar Ghorashi voor pleit is dan ook een binding met de samenleving creëren, vooral in die eerste jaren in Nederland. ”Uit onderzoeken waarin de verhalen van mensen opgetekend zijn blijkt dat die beginfase cruciaal is voor de lange termijn. Als je uit een moeilijke situatie komt, dan kan een goede start daar tegenwicht aan bieden. Het is essentieel om een positief zelfgevoel te ontwikkelen en contact met de samenleving te krijgen.”
Ghorashi spreekt niet alleen als onderzoekster, maar ook als ervaringsdeskundige. In de jaren tachtig kwam ze zelf vanuit Iran naar Nederland. Door de toentertijd wat soepelere regels heeft ze nooit echt in een azc gezeten, maar kwam ze al snel terecht in studentenhuisvesting bij de VU. ”Ik kwam direct in aanraking met studenten en de maatschappij. Dat is mijn redding geweest. Dat ik nu deze baan heb, dank ik onder andere aan mijn goede startperiode in Nederland.”

Meer dan duizend logeerregelingen
De optie om in een gastgezin te verblijven wordt sinds eind vorig jaar door honderden personen benut. Uit cijfers van het COA blijkt dat op het hoogtepunt, maart van dit jaar, 401 mensen gebruik maakten van het zza. In de maand augustus waren dat er nog 78, wat er op duidt dat een groot deel van die statushouders inmiddels is gehuisvest. Het gebruik van de logeerregeling neemt voorlopig alleen maar toe. Vooral in de afgelopen maanden steeg het aantal snel: van 153 in januari naar 1069 in augustus. Een direct verband trekken met de bezetting bij het COA is lastig, maar sinds december neemt de bezetting elke maand af (zie de grafiek Overzicht bezetting COA).

-Tekst loopt door onder de afbeeldingen-

Logeerregeling
Logeerregelingen per maand 2015/2016
Zelfzorgarrangement
Zelfzorgarrangementen per maand 2015/2016

Takecarebnb
Het verlagen van de bezetting in azc’s is niet de doelstelling van Takecarebnb, maar de stichting draagt er wel aan bij. Waar Ankie en Tareq elkaar bij een opvang ontmoetten, faciliteert Takecarebnb het contact tussen mensen die graag een rol als gastgezin willen vervullen en statushouders die graag tijdelijk in een gastgezin willen verblijven. Volgens directrice Maja Grcic bestond er behoefte aan zo’n matchmaker, iets wat ook blijkt het aantal gastgezinnen en ingeschreven statushouders: 125 om ruim 400. Inmiddels zijn er ruim veertig vluchtelingen tijdelijk gehuisvest. Ook Grcic stelt dat een gastgezin de integratie ten opzichte van een azc veel meer bevordert. En net als Ghorashi is ook zei ervaringsdeskundige. In het audiofragment hieronder vertelt ze over haar ervaringen in een azc, wat haar motiveert voor haar werkzaamheden bij Takecarebnb. Het complete interview met Grcic kun je hier lezen.

 


Groeiend aantal initiatieven
Het initiatief van Takecarebnb is onderdeel van een trend volgens Ghorashi. ”Na alle negatieve publiciteit van afgelopen jaar dachten veel mensen: ‘Dit is niet mijn Europa, of mijn Nederland. Ik wil een ander gezicht laten zien’. Ze vertelt over verschillende initiatieven. ”In Utrecht besloot de gemeente om asielzoekers in de wijk te integreren. Daar ontstond direct contact met de buurtgenoten. En in de Indische Buurt in Amsterdam nodigde de buurt vluchtelingen uit om in een gebouw te komen wonen. De menselijke maat keert daardoor terug in het hele asielproces. Dat is echt iets van de laatste jaren.”

VluchtelingenWerk Nederland kritisch
Niet iedereen is echter direct laaiend enthousiast over initiatieven als deze. VluchtelingenWerk Nederland laat op haar site weten kritisch te zijn op particuliere opvang van vluchtelingen. ”Ervaringen uit het verleden hebben ons geleerd dat verblijf bij particulieren niet de beste manier is om vluchtelingen en asielzoekers op te vangen”, stelt de organisatie. Ze verwijzen daarbij naar de jaren negentig, toen veel Joegoslaven naar ons land kwamen. Mede door problemen met trauma’s, cultuurverschillen en een te grote afhankelijkheidspositie van vluchtelingen/asielzoekers ten opzichte van hun gastgezin stelt VluchtelingenWerk Nederland dat de opvang een taak van de overheid moet blijven. Ghorashi erkent dat er soms zaken fout gaan bij de opvang in een gastgezin, maar in een azc is het niet beter volgens de hoogleraar. ”Als er problemen ontstaan in een gastgezin, kunnen die op menselijke wijze opgelost worden. In een azc worden problemen niet gezien. Daar zijn mensen een nummertje.”

Tareq en Ankie sluiten zich hierbij aan. Ze hebben allebei slechte ervaringen bij azc’s. Ankie: ”Het is zo onpersoonlijk. En je moet echt je voet tussen de deur zetten als je iets voor elkaar wilt krijgen. Ik spreek dan nog Nederlands en weet waar het over gaat. Voor die mannen moet het nog veel erger zijn.” Voor Tareq blijkt het zelfzorgarrangement een ideale uitkomst. Hij heeft slechte herinneringen aan het azc. ”Nederland wil dat we binnen drie jaar inburgeren, maar mijn eerste jaar heb ik nu al verloren. Ik was geen onderdeel van de samenleving.” In Zalk zit hij voorlopig op zijn plek. Hij voelt zich al echt onderdeel van de familie. ”Als een van de dochters een probleem heeft met haar ouders, dan probeer ik met haar te praten. Ik voel me ook verantwoordelijk voor het gezin.”

Het verblijf bij de Boxhoorns is voor hem nuttiger dan de inburgeringlessen die hij in azc’s kreeg. ”Daar kreeg ik vragen als ‘Wat doe je als de kat van de buren in je tuin loopt?’. Serious? Hier leer ik de taal, de gewoonten en kook ik soms Syrisch voor iedereen. We wisselen onze culturen uit.”

DSC_1128
Tareq studeert op zijn kamer in Zalk. Alle voorwerpen zijn voorzien van het Nederlandse woord, zoals ‘de vitrine’ en ‘de la’.