Nederland heeft baat bij vluchtelingenstroom

In het vluchtelingendebat benadrukken politieke partijen vaak de negatieve gevolgen van de vluchtelingenstroom. Dit overschaduwt de voordelen van de inkomende vluchteling. De vluchteling kan bijvoorbeeld aan vrijwilligerswerk doen, of aan de slag gaan bij een sociaal werkbedrijf. Op economisch gebied gaat Nederland er na verloop van jaren ook op vooruit. Een voorbeeld van die economische groei is zichtbaar in de bouwsector.

De bouwsector ondervindt een enorme groei naar aanleiding van de vluchtelingenstroom. Het aantal vluchtelingen is nagenoeg verdubbeld: in 2014 lag het aantal vluchtelingen op ruim 24.000, waar deze groep in 2015 ruim 47.000 personen telde. Dit grote aantal migranten heeft een positieve invloed op de bouwsector. Het aantal nieuw gebouwde woningen lag in 2015 nog op 40.000. De toestroom van vluchtelingen naar Nederland levert naar verwachting een extra woningproductie op van 50.000 woningen in de komende vijf jaar.  De vluchtelingenstroom zorgt dus voor meer dan een jaarproductie aan woningen.

Deze ontploffing aan vraag naar woningen is in eerste instantie mooi nieuws, want er komen meer banen bij. De vraag is echter: hoe vangt de bouwsector deze ontploffing aan vraag naar bouw op? Jorrit Bakker, onderzoeker bij het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), legt uit: “De kans is groot dat er knelpunten ontstaan door de enorme vraag naar woningbouw. Het kan in bepaalde groepen lastig worden qua beschikbaarheid van werknemers. Er zou bijvoorbeeld een tekort aan timmermannen kunnen zijn. De sector kan dit op verschillende manieren opvangen. Deels zit dat in de scholing. Deze moet je omhoog proberen te krijgen door meer instroming van onderaf te stimuleren. Daarnaast verwacht ik dat bijvoorbeeld timmermannen die tijdens de crisis werkloos thuis zaten, nu weer in dienst kunnen treden.”

Vaak heerst de gedachte dat de vluchtelingenstroom enkel nadelen heeft; dat is niet terecht. Verscheidene feiten over de inkomende vluchtelingenstroom voor Nederland:

Volgens Bakker zijn er verscheidene scenario’s mogelijk door de enorme vraag naar woningbouw. “De bouw was een tijdje geen aantrekkelijke sector om in te beginnen. Daardoor lag het aantal nieuwe bouwsector-studenten relatief laag. Wat je nu gaat zien is dat de sector aantrekt.  Dit komt doordat de hele woningbouw in de lift zit. Daarbij beginnen de sectoren ‘herstelbouw’ en ‘nieuwbouw’ weer te lopen. Door deze ontwikkeling is de kans groot dat meer studenten kiezen voor een opleiding in de bouwsector.”

De notitie van het EIB laat zien dat de bouwsector in 2017 de komst van vluchtelingen het sterkste merkt. “Wij hebben een raming (ruwe berekening) gemaakt van hoe wij een half jaar geleden verwachtten dat de vluchtelingenstroom zou verlopen’’, begint Bakker zijn toelichting. “Sindsdien hebben we de deal tussen de Europese Unie en Turkije gezien, deze zal ongetwijfeld invloed hebben op onze voorspellingen. Door deze overeenkomst zullen er minder vluchtelingen naar Nederland komen. De inhoud (enkel gericht op het vluchtelingendeel) is als volgt: alle vluchtelingen die via Turkije Griekenland (dus de Europese Unie) binnenkomen, worden teruggestuurd. Voor elke vluchteling die Turkije terugneemt, neemt de EU een Syrische vluchteling op. Op basis van deze deal kun je verwachten dat ook onze voorspelde cijfers een lichte daling ondervinden. We hebben destijds voorspeld dat de vluchtelingenstroom dit jaar even groot zou zijn als vorig jaar. Wat je vervolgens ziet is dat het even duurt voordat een asielzoeker een woning krijgt toegeschreven. Pas op het moment van toeschrijven krijgt de bouwsector een impuls. Volgens onze raming zou hierdoor in 2017 de grootste woningproductie zijn.”

Jorrit Bakker (Onderzoeker Economisch Instituut voor de Bouw): “Bouwvakkers die tijdens de crisis werkloos thuis zaten zouden nu weer in dienst kunnen treden.”

 

Zoals eerder vermeld is het aantal vluchtelingen in 2015 nagenoeg verdubbeld ten opzichte van 2014. Deze migranten kunnen ook directe positieve economische voordelen met zich mee brengen door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk te doen. Fatma Özgümüs is directrice van Vluchtelingen Organisaties Nederland (VON). Als insider weet Fatma wat vluchtelingen moeten doorstaan om uiteindelijk iets toe te kunnen voegen aan de Nederlandse samenleving.

“Vluchtelingen doen heel weinig in een asielzoekerscentrum; eigenlijk niks”, begint de VON-directrice stellig. ‘’Dat heeft verschillende redenen: aan de ene kant weet men niet hoe lang iemand in een AZC blijft, waardoor het moeilijk is om iets te organiseren. Aan de andere kant heeft de Nederlandse regering jarenlang gezegd dat mensen in een AZC niets mogen doen. De laatste maanden begint daar gelukkig een beetje verandering in te komen. Er is nu een gloednieuw programma bij het Centrum Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Door dit programma krijgen vluchtelingen de mogelijkheid om vrijwilligerswerk te doen. Dat is een belangrijke stap in de geschiedenis van de asielzoeker. Tot enkele jaren geleden mochten ze niet eens hun eten koken. Wie wil er als een soort plofkip maandenlang ergens opgeborgen zitten? Niemand. Daar word je helemaal gek van! De vluchtelingen kunnen door het aangeboden vrijwilligerswerk steeds meer leven als een ‘normaal’ persoon. Nu kunnen sommigen zelfs aan de slag bij bijvoorbeeld een sportclub. Hierdoor komen de vluchtelingen in contact met de Nederlandse samenleving, en leren ze op een natuurlijke manier de cultuur kennen.’’

Vluchtelingen die sinds korte tijd een verblijfsvergunning bezitten worden begeleid in het vinden van geschikt vrijwilligerswerk. Özgümüs heeft echter weinig vertrouwen in een goede uitvoering van deze begeleiding. “Ik durf niet te zeggen of dit in werkelijkheid ook goed verloopt. Meestal worden er mooie plannen gemaakt op afstand, maar komt er in de praktijk weinig van terecht. Het is moeilijk waar te maken omdat je het liefst in zo veel mogelijk sectoren iets wil aanbieden. Vanuit allerlei soorten organisaties moet begeleiding komen, zodat vluchtelingen überhaupt vrijwilligerswerk kunnen vinden. Niet iedere werkgever zit immers te wachten op vluchtelingen als werknemer. Daarnaast vergt vrijwilligerswerk kennis en ervaring van de vrijwilliger. Vaak is dit slechts in beperkte mate het geval, waardoor je minder snel aan vrijwilligerswerk komt. Naast mijn kritiek moet ik overigens toegeven dat ik merk dat dit de afgelopen jaren een goede ontwikkeling heeft doorgemaakt. Het feit dat iemand vluchteling is, lijkt werkgevers steeds minder af te schrikken.”

SWBFoto

Idealiter wordt de vluchteling een statushouder en kan hij of zij aan het werk. Het COA zoekt in deze gevallen vaak naar een geschikte plaats om te starten. Het Sociaal Werkbedrijf Hengelo is zo’n plek. Hier hebben alle leidinggevenden ervaring met het begeleiden van mensen die een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Robin Kuipers is teamleider van de afdeling groentuin bij het SWB Hengelo, waar groentes worden geteeld. Volgens Kuipers snijdt het mes aan twee kanten: “Wij begeleiden mensen die al langdurig werkloos zijn, maar ook mensen die van instellingen komen die dagbesteding nodig hebben. Ik ben persoonlijk erg blij met de komst van de nieuwelingen. Soms komen we handen tekort en het is dan fijn als ze kunnen meehelpen. Beide partijen komen er beter uit: de nieuwelingen hebben een dagbesteding en wij hebben extra personeel.”

De teamleider groentuin waakt voor een speciale behandeling van de nieuwelingen. “Je moet ze, hard gezegd, in het diepe gooien. Dat is de manier waarop ze het makkelijkste de Nederlandse cultuur leren kennen. Je kan alles wel gaan uitstippelen, maar ik denk dat dat niet zo werkt. Ik spreek uit ervaring, want ik krijg veel asielzoekers hier.”

Kortom: Nederland lijkt steeds beter raad te weten met de inkomende vluchtelingenstroom. Langzamerhand krijgen bewoners van een asielzoekerscentrum dagbesteding in de vorm van bijvoorbeeld vrijwilligerswerk, waardoor ze iets toevoegen aan de Nederlandse economie. Denk aan de “extra handen” waar groentuin-teamleider Robin Kuipers over sprak. Daarnaast zijn de indirecte gevolgen enorm voor de bouwsector, waar men, enkel door de vluchtelingenstroom, liefst een jaarproductie aan woningen tegemoet mag zien in de komende vijf jaar.