Trauma’s en onzekerheid: voedingsbodems voor incidenten

‘I like sweet’, zegt Zeewar terwijl hij een eetlepel suiker in zijn kop thee gooit. Samen met zijn veel oudere kamergenoten zit de 18-jarige Syriër in de voormalige gevangeniscel aan tafel. De plastic stoelen kunnen door ruimtegebrek niet alle vier bij de tafel staan. In de sigarettenrook van zijn kamergenoten zegt Zeewar dat roken eigenlijk alleen buiten mag. ‘In verband met brandveiligheid mag er hier niet gerookt worden. Als je betrapt wordt krijg je een boete van 15 euro.’

 

 

Dagelijks zijn medewerkers van asielzoekerscentra bezig met het beboeten en rapporteren van kleine vergrijpen. Volgens de Volkskrant werden er vorig jaar ruim 2700 incidenten waargenomen. De cijfers waar de krant zich op baseert zijn echter onzorgvuldig, omdat veel medewerkers niet weten hoe ze moeten omgaan met het systeem. In Nederlandse asielzoekerscentra komen kleine overtredingen als binnen roken en het niet schoon houden van de woonruimte het vaakst voor.

Naast de kleine vergrijpen zijn er ook veel heftigere incidenten in de 60 Nederlandse opvanglocaties. Zelfverbrandingen, steekpartijen, hongerstakingen en gevechten komen geregeld voor binnen de muren van de asielzoekerscentra. Zeewar heeft dergelijke incidenten niet meegemaakt in de voormalige gevangenis in Hoogeveen, die inmiddels is omgebouwd tot opvanglocatie. ‘Ik heb wel eens jongens met elkaar zien vechten. Het was man tegen man en er waren geen wapens bij betrokken. Beide hebben een boete gekregen en daarmee was de zaak gesloten.’ De jonge vluchteling snapt niet waar de agressie vandaan komt. ‘We hebben het hier goed. Die incidenten schaden onze reputatie alleen maar, terwijl ik mijn best doe om er hier wat van te maken.’

Niet iedereen heeft dezelfde mentaliteit als Zeewar. Psychiater Hans Rohlof denkt dat veel van de incidenten voortkomen uit spanningen: ‘Veel mensen met verschillende etniciteiten leven bij elkaar en die mensen zijn in het algemeen meer gespannen dan een gemiddelde Nederlander. Ze komen vaak uit oorlogsgebieden en hebben veel trauma’s beleefd. Dan is er ook nog het feit dat er nog geen duidelijkheid is over de asielzoekersprocedure. Alles bij elkaar is het een explosief kruitvat.’

 

Hoe wordt een asielzoeker eigenlijk ontvangen, Jan Willem Anholts vertelt: 

 

Etniciteit
Sinds de oorlog in Syrië zijn vluchtelingen uit dat land de grootste groep asielzoekers in Nederland. ‘We zijn hier met veel Syriërs en hebben niet zoveel contact met de Afrikanen en Albanezen’, zegt Zeewar in zijn beste Nederlands. Het is een typisch verschijnsel in de asielzoekerscentra, waar veel mensen wonen die het niet gewend zijn om met andere culturen samen te wonen. ‘Mensen begrijpen elkaars gedrag niet. Daardoor kunnen nog wel eens misverstanden ontstaan’, zegt Rohlof. ‘Mensen uit Arabische landen hebben eigenlijk niet zoveel samengeleefd met mensen uit Afrika. Dus die hebben nog wel eens conflicten met elkaar.’

Niet alleen etniciteit speelt een rol als het gaat om onbegrip tussen bevolkingsgroepen. Ook vluchtelingen met hetzelfde geloof of uit hetzelfde gebied kunnen heel verschillend tegen bepaalde zaken aankijken. Rohlof: ‘Er zijn mensen die bijvoorbeeld uit islamitische landen zijn gevlucht voor het geweld, waarvan een deel vindt dat iedereen zich aan de islamitische regels moet houden’.

‘Wij kunnen het gedrag niet verhalen op specifieke groepen binnen de opvang’, plaatst COA-woordvoerder Jan Willem Anholts een kanttekening bij de rol van etniciteit. ‘De meeste incidenten vinden plaats door onderlinge ergernis, bijvoorbeeld als iemand de muziek te hard heeft staan. Het zijn hele basale zaken waardoor mensen discussies krijgen en waardoor de zaak kan escaleren.’

Trauma’s
Veel vluchtelingen bereiken Europa door op een gammel bootje de Middellandse Zee over te steken. Zeewar: ‘Acht dagen lang heb ik nauwelijks gegeten en gedronken op de boot. Ik was constant bang dat de boot zou omslaan.’ Nuchter vertelt hij over alle ellende die hij heeft meegemaakt. Bominslagen, klopjachten en vermoorde vrienden zijn enkele van de vele gruwelijke situaties waarvoor de  Damascener zijn thuisstad heeft verlaten. Hij probeert niet te veel aan zijn achtergebleven familie te denken. ‘Het maakt mij verdrietig en dat wil ik niet’, is de simpele verklaring.

Medische zorg is volgens het COA altijd dichtbij voor asielzoekers. Anholts: ‘Als iemand getraumatiseerd is krijgt diegene psychische ondersteuning. Ze komen natuurlijk uit gebieden waar ze vreselijke dingen hebben gezien. Het is aan ons om snel vast te stellen of iemand daar last van heeft, of iemand getraumatiseerd is en of we professionals inschakelen.’ De opvatting dat iedere vluchteling getraumatiseerd is wil de COA-zegsman echter de wereld uithelpen: ‘De mensen die bij ons verblijven zijn vaak hele weerbare mensen. Ze hebben een hele reis ondernomen en huis en haard achtergelaten, dat doe je niet als je zwaar getraumatiseerd bent.’

Indien vluchtelingen wel getraumatiseerd zijn, gaat iedereen daar anders mee om. In zijn artikelen maakt psychiater Rohlof onderscheid tussen ‘gezonde coping’ en ‘ongezonde coping’. Zeewar past gezonde coping toe, een principe waarbij mensen proberen het beste te halen uit vervelende situaties. Veel incidenten komen echter voort uit negatieve coping, waarbij verwerking van de trauma’s schade oplevert voor de persoon zelf of de mensen om hem heen. Voorbeelden daarvan zijn het gebruik van alcohol en drugs, zelfverminking of agressief gedrag. ‘Als je iets is aangedaan door anderen, heb je snel de neiging om de rest van de wereld aansprakelijk te stellen. Dan is er sprake van boosheid tegen iedereen. Dat geldt dan ook voor mensen die je verder niks hebben aangedaan, dat generaliseer je naar de rest van de mensheid’, geeft Rohlof als verklaring voor de agressie die getraumatiseerde vluchtelingen soms uiten.

Onzekerheid
Vaak is het wachten, wachten en nog eens wachten voor asielzoekers, voor ze weten waar ze aan toe zijn. ‘Iedereen van wie de toekomst onzeker is staat onder spanning. Mensen komen hier voor een andere toekomst, dus hun toekomst staat op het spel’, zegt Jan Willem Anholts. Hans Rohlof sluit zich daarbij aan: ‘Het is niet zo dat wanneer er duidelijkheid is, dat alles ineens koek en ei is. Maar de onduidelijkheid uit zich in stress en spanning.’

Door de toegenomen toestroom van Syriërs duren procedures langer dan voorheen. De betrokken instellingen krijgen te maken met extra werk en het kost tijd om dat proces goed te laten verlopen. Ook Zeewar weet niet waar hij aan toe is; hij wacht al maanden op een brief die meer duidelijkheid moet geven over zijn toekomst. ‘Ik weet bijvoorbeeld niet of mijn ouders naar Nederland mogen komen en of wij ergens mogen gaan wonen. Meer dan wachten kan ik niet doen, maar dat is wel eens frustrerend.’

Verveling
Een vierde aspect dat ongewenst gedrag kan uitlokken is verveling. ‘Als je de hele dag geen raad weet met de tijd ga je veel meer piekeren en denken,’ stelt Rohlof, ‘je wordt meer met je situatie geconfronteerd. Als je de hele dag wat te doen hebt wordt dat veel minder natuurlijk.’ Zeewar herkent de opvatting van de psychiater. Zelf gaat hij naar school en speelt hij veel tafeltennis in de recreatieruimte. ‘Een paar jonge mannen hoeven niet meer naar school en roken de hele dag wiet’, vertelt de Syrische jongen. ‘Zulke jongens zouden maar zo eens problemen kunnen veroorzaken of agressief worden.’

Volgens Anholts is verveling een keuze die bewoners maken. ‘Er is wel degelijk een soort van dagritme op centra. Alle bewoners op een centrum worden sowieso betrokken bij dagelijkse activiteiten op het centrum, bijvoorbeeld schoonmaken, tuinieren of onderhoud. Daarnaast zijn veel mensen bezig met hun asielprocedure, waarvoor ze informatie verzamelen en gesprekken voeren.’ Ook de dagelijkse gang van zaken zoals koken en wassen moeten asielzoekers zelf regelen.

Zeewar
De goedspraakse Syriër drinkt zijn kop thee leeg. Of incidenten nou veroorzaakt worden door cultuurverschillen, trauma’s, onzekerheid of verveling, Zeewar moet er niks van hebben. ‘Wat de redenen ook zijn, ik kan me niet vinden in het wangedrag van andere bewoners. Dat er hier gerookt wordt vind ik niet zo erg, zo lang ik de boete maar niet hoef te betalen. Maar dat er mensen, om wat voor reden dan ook, zich ernstig misdragen kan en wil ik niet begrijpen. We zijn hier voor een betere toekomst en dan moet je de omstandigheden niet minder maken dan ze zijn’.