‘Ik heb mijn ouders al drieënhalf jaar niet gezien’

Op je 15 je familie, vrienden en land achterlaten om te vluchten met je neef. Kun je het je voorstellen? Het is precies wat de Syrische Zeewar een paar jaar geleden deed. Zijn thuisstad Damascus is grotendeels verwoest, maar zijn ouders wonen er nog steeds in een buitenwijk. Iedere dag is Zeewar bang dat een bom zijn ouderlijk huis raakt.

2015-06-07 23.34.23‘Ik heb mijn ouders al drieënhalf jaar niet gezien. Als jonge jongen was het voor mij niet meer veilig om in Syrië te wonen. De groeperingen zoeken jonge jongens zoals ik op. Als je je dan niet bij ze aansluit wordt je vermoord. Iedereen in Syrië kent mensen die vermoord zijn. Ik heb vrienden en neven die zijn doodgeschoten. Voor mij was de veiligste keus om het land te verlaten. Eerst vertrok ik naar Maleisië om daar drie maanden met een visum te verblijven. Toen dat visum afliep moest ik terug, vervolgens ben ik naar Egypte gereisd met mijn neef. Daar heb ik een tijd gewoond. Eerst woonde ik in Caïro en vervolgens in Alexandrië. Mijn neef had contacten in de stad en we woonden bij mensen in huis. Maar Egypte was ook geen veilig land om te wonen. Nadat de president daar was afgezet begon het daar ook een chaos te worden. We voelden ons weer niet veilig genoeg om te blijven. Mijn neef kwam in contact met mannen die ons naar Europa konden brengen. Vanaf Alexandrië heb ik acht dagen in zo’n gammel bootje gezeten. De boot was overvol en we waren constant bang dat we zouden omslaan. Eten en drinken was er nauwelijks aan boord, ik heb alleen kleine stukjes brood kunnen eten. Het was verschrikkelijk. Gelukkig hebben we het vaste land bereikt. We kwamen aan op Sicilië en via Palermo en Milaan ben ik vervolgens in Nederland terecht gekomen, een fantastisch land. Ik voel me hier weer veilig. In Damascus hoor je de hele dag door schoten en bominslagen, ook in de wijk waar ik woonde viel wel eens een bom. Ik heb meerdere bommen zien ontploffen vlak bij mijn huis. Hier in Nederland kom ik weer een beetje tot rust; je kan hier over straat lopen zonder dat je het risico loopt door een sniper te worden neergeschoten.’

 

Familie
‘Mijn vader is arts, hij had een eigen kliniek. Een bom heeft zijn kliniek geraakt een paar jaar geleden en nu is er niets van over. Het was een kliniek voor huidaandoeningen, hij behandelde bijvoorbeeld mensen met brandwonden. Zoals bijna iedereen die nog in Damascus woont kan mijn vader op dit moment dus niet werken. Ook mijn moeder, een lerares Engels, zit thuis. Als er niet gewerkt wordt, komt er natuurlijk ook geen geld binnen. Het wordt dus steeds lastiger voor mijn ouders om te overleven in Syrië, helemaal nu er steeds minder voedsel aanwezig is. Een brood is wel tien keer zo duur geworden. Ik probeer er niet te veel aan te denken. Het maakt mij verdrietig als ik denk wat er allemaal kan gebeuren. Ik probeer nu in Nederland positief te zijn en er iets van te maken hier, als ik dan constant ‘down’ ben, dan ben ik hier voor niets. Af en toe spreek ik mijn ouders nog via Viber, bellen moet via internet omdat telefoonnetwerken in Damascus het niet doen. Maar het is nu al weer lang geleden dat dat mogelijk was. In Damascus is er maar een paar uur per dag elektriciteit aanwezig. Het meeste contact heb ik via Whatsapp, zodra ze dan een keer bereik hebben, ontvangen ze meteen mijn berichtjes. Ik heb af en toe wel contact met mijn broer, hij woont in Duitsland. Mijn vader heeft twee vrouwen en mijn broer en ik hebben niet dezelfde moeder. De moeder van mijn broer heeft een Duits paspoort en mag daarom in Duitsland wonen. Aangezien ze niet mijn moeder is kan ik niet bij ze komen wonen. Ik ben in afwachting van documenten die mijn ouders toestemming moeten verlenen om hier naar toe te komen. Het is nog onzeker of dat wordt toegelaten en wanneer ik die papieren binnenkrijg. Zodra ik goedkeuring krijg hoop ik dat mijn ouders zo snel mogelijk hiernaartoe kunnen komen. Ze zullen dan eerst in Libanon moeten zien te komen en dan kunnen ze met het vliegtuig naar Nederland komen. Ik kan niet wachten tot ik ze weer zie. Ik zal dolgelukkig zijn als ik ze kan omhelzen!’