Op Terschelling is iedereen rijk

Ruim zesentachtig vierkante meter aan zelfredzaamheid, gastvrijheid en behulpzaamheid. Terschelling is een van de parels van de Waddenzee. Met beperkte middelen op het gebied van zorg proberen de bewoners zich zoveel mogelijk zelfstandig te redden. Er is geen ziekenhuis, waardoor de zorg die kan worden verleend beperkt is. Wel is er zorgcentrum de Stilen. Een plek waar de bewoner centraal staat en er niet naar grenzen gekeken wordt.

De make-up zit goed, het haar in de krul en ook de heren hebben de nette trui uit de kast gehaald. Langzaam wordt het Havenplein, de centrale ruimte in de Stilen, gevuld door de opgedofte ouderen. Ze komen bijeen voor het dagelijkse bakje koffie of thee. De mannen zijn hier goed vertegenwoordigd, ze hebben een heuse ‘mannentafel’. Ze babbelen over schepen, over vroeger en soms over een boek dat ze met elkaar lezen. En de koffiedames, die worden ontvangen met een knipoog. Het meeste lawaai komt van de tafel met Tineke en Gerda. Beide dames speculeren over wie het onbekende meisje kan zijn dat deze ochtend de koffie en thee schenkt. Niet veel later wordt er “Dit is er een van Bakker” geroepen naar een andere tafel en wordt de verslaggeefster het hemd van het lijf gevraagd. Dit typeert Terschelling, want ons kent ons. “We komen elkaar hier ook allemaal weer tegen.”, zegt Cornelia, “De een ken ik nog van school, de ander daar heeft mijn man mee gewerkt. We hebben niet veel tot onze beschikking, maar we hebben elkaar”. Eilanden zijn werelden in het klein: afgebakend, intiem en herkenbaar. Mensen staan voor elkaar klaar en dat is ook te zien bij de Stilen. Een groep van 120 vrijwilligers zet zich in om samen met de medewerkers een geslaagde dag voor de bewoners te realiseren, met bijvoorbeeld leuke activiteiten.

Eén van die activiteiten is de buurtkamer. Er wordt hier samen gekookt, gegeten, gedankt en afgewassen. Sakia Pals is welzijnsmedewerkster en erg nauw betrokken bij alle activiteiten. Haar enthousiasme heeft een aanstekelijk effect op de bewoners. Ze vindt het belangrijk dat de ouderen iets doen wat ze leuk vinden. Na de koffie verzamelt ze de mensen die meegaan naar de buurtkamer. “Deze ouderen hebben allemaal een vorm van dementie. Je moet dus goed opletten waar ze mee bezig zijn tijdens het koken.” Martha is een van deze ouderen. Gekleed in een fleurige blauwe blouse wacht ze tot de rest er ook klaar voor is. “Wij gaan vast, Henk is altijd te laat”, zegt ze sarcastisch. “Verder hebben we het hier goed hoor, ze willen alles voor ons doen.”, vult ze aan.

Vandaag staat er rodekool met zelfgemaakte appelmoes op het menu. Om de ouderen scherp te houden vraagt Saskia eerst naar de dag, de maand en het jaar waarin we leven. Emmy en Nellie krijgen de appels voor hun neus. “Dit zijn veel te veel appels, Saskia. We zijn maar met zeven mensen. Ik schil ze, maar ik weet zeker dat het teveel is.”, zegt Emmy. De andere boodschappen worden altijd gebracht door Daan en zijn begeleidster. Daan heeft een ernstige geestelijke beperking en dit maakt de communicatie bijna onmogelijk. Bij binnenkomst worden er verschillende liedjes voor hem gezongen. Tijdens zijn lievelingsliedje ‘lang zal ze leven’, verschijnt er een onbetaalbare glimlach op zijn gezicht.

Als Daan weer is vertrokken worden de andere taken verdeeld. Martha is vandaag, zoals ze zelf zegt, ‘de gehaktchef’. Je hoeft haar niet te vertellen hoe ze de gehaktballen moet draaien, dat weet ze zelf het beste. Wel moet ze er even aan herinnerd worden dat ze eerst haar handen moet wassen. Het is een mooi gezicht. Vijf eigenwijze ouderen die, gekleed in bloemenschorten, samen een maaltijd klaarmaken. Dat er even op de gehaktballen wordt gehoest moet je dan ook maar voor lief nemen. In de buurtkamer is het de bedoeling dat de ouderen zoveel mogelijk zelf doen. “We willen de mensen zo zelfstandig mogelijk laten zijn. Het is meer begeleiden, dan helpen. Bij het fornuis ben ik er wel altijd bij. We beslissen ook altijd gezamenlijk wat we de volgende keer gaan eten. Daar zijn eigenlijk alle bewoners van de Stilen erg vrij in. Als je het op tijd aangeeft dan mag je vaak wat anders eten. De keuken kookt elke dag met verse ingrediënten. Dat is aan de wal wel anders.”, vertelt Saskia. Wat vrijheid betreft loopt de Stilen voor op andere zorginstellingen. De bewoners hebben weinig verplichtingen en er is veel mogelijk. Als je niks wil eten dan is dat prima, en ook als je geen zin hebt in een activiteit wordt daar niet moeilijk over gedaan. De bewoner staat centraal en het doel is om hen een goede dag te bezorgen.

Het is tijd voor de afwas. Enkele vrolijke gezichten maken plaats voor zure blikken. Jaap is van mening dat er gedacht moet worden in oplossingen. Hij wijst naar de borden en maakt dan een gebaar naar het raam. Na het opruimen geeft Saskia nogmaals aan dat ze die middag weer kunnen handwerken en biljarten op het Havenplein. “Prutsmiddag”, valt Martha haar in de rede. Martha maakt 3D kaartjes en dat is nogal een geknip en geplak. “Die locatie zorgt nog wel eens voor verwarring. Omdat je via een webcam kunt kijken op de haven, heet het hier het Havenplein. Dat was ons idee, maar er zijn wel eens bewoners die dan denken dat ze echt naar de haven moeten lopen.”, vevolgt Saskia.

Zodra het mooier weer wordt, staan er ook weer andere activiteiten op de planning. De bewoners gaan mee naar de eendenkooi, ze gaan pasgeboren lammetjes bezoeken en er gaat weer gewandeld worden. Verschillende activiteiten worden in samenwerking gedaan met onder andere Staatsbosbeheer. Wat voor de een mogelijk is, kan voor de ander mogelijk worden gemaakt.

Want op Terschelling, is iedereen rijk.