“Ik voel wel liefde. Juist te veel.” 

Monique (45) is lesbisch en heeft een lichte verstandelijke beperking. De weg naar de ontdekking van haar seksualiteit was lang, moeilijk en leidde tot veel verwarring. Nu ze ongeveer tien jaar weet dat ze op vrouwen valt, is er eindelijk sprake van wat opluchting.

Hoe kwam je erachter dat je op vrouwen valt?
“Ik ging er automatisch vanuit dat ik hetero was, want andere meisjes vielen ook op jongens. Ik merkte van kinds af aan dat ik nooit gevoelens kreeg, terwijl andere meisjes wel allemaal gevoelens hadden. Ik vond het toen zo raar dat ik dat niet had. Ik dacht dat er iets mis met me was, want ik wist niet dat homoseksualiteit bestond.”

Waarom denk je dat je er toen uiteindelijk op je 35ste bent achter gekomen?
“Ik kwam toen in contact met iemand die ik heel erg lief vond, dat was een ambulante begeleider. Wendy begeleidde mij en ik vond haar altijd al haar heel lief en ik kende haar ook al heel lang. En toen begon ik opeens van die vlinders in mijn buik te krijgen, van die rare gevoelens. Ik dacht: ‘Wat is dit nou? Ik ben toch gewoon hetero? Want andere meisjes vallen toch ook op jongens? Dus dan is dat bij mij toch ook zo? Waarom word ik dan verliefd op een vrouw?’ Ik snapte toen nog niet wat er aan de hand was.”

Hoe kwam je er toen uiteindelijk achter dat je lesbisch was en dat daar een woord voor was?
“Ik kende dat woord nog niet, want ik heb nooit voorlichting gehad en ik wist ook niet dat homoseksualiteit bestond. Ik dacht echt dat er psychisch iets mis met me was, dat het aan m’n autisme lag of dat ik mannen eng vond. Ik dacht eerst dat ik niet met mannen durfde, maar daar lag het niet aan. Ik heb ook een paar keer een vriend gehad en ook geprobeerd om eerst vriendschap op te bouwen en om daarna een relatie op te bouwen. Dat brak af, want dat ging niet, ook niet met andere mannen.”

Was het uiteindelijk een opluchting toen je erachter kwam dat je lesbisch was?
“Aan de ene kant wel, maar aan de andere kant vond ik het wel heel spannend, omdat ik bang was om niet geaccepteerd te worden door vrienden en familie. Ik maakte me heel erg ongerust dat ik misschien gepest zou worden. Ik dacht ook, ‘Ik ben toch verstandelijk gehandicapt en ik heb toch geen gevoelens en ik kan toch geen relatie hebben? Ik mag niet trouwen, ik mag geen kinderen krijgen, dus ik wist niet hoe ik nou een relatie op kon bouwen omdat ik een verstandelijke handicap heb.’

“Bij bepaalde mensen met een heel laag niveau is het emotionele gedeelte minder goed of niet ontwikkeld. Het komt bij mijn categorie wel veel voor dat dat zo is, maar het hoeft niet zo te zijn. Ik voel wel liefde. Juist te veel.”

Is er dan een vooroordeel dat mensen met autisme niet verliefd kunnen worden?
“Ja, begeleiders hebben dat ook gedacht. Ze dachten iets van, ‘Ja, Monique heeft dat niet, en daar heeft ze geen behoefte aan.’ Mijn seksualiteit werd ook heel erg afgeketst. Toen ik erachter kwam dat ik op vrouwen viel wilde ik ook graag naar zo’n bijeenkomst waar ik ook andere homoseksuele vrouwen en mannen kon ontmoeten. Dat mocht in het begin niet, daar was heel veel gedoe over. Om een lastig verhaal een beetje kort te maken: het werd tegengehouden.”

Heb je nu wel contact met andere mensen die homo of lesbisch zijn?
“Niet zoveel als ik zou willen. Ik heb wel contact met een lesbische vrouw in een rolstoel, maar daar heb ik geen relatie mee. Ik zie haar wel als we om de zoveel tijd een bijeenkomst hebben met vrienden. Het is fijn om met mensen de praten die het begrijpen. Als mensen het niet snappen is het gewoon niet uit te leggen, wat voor gevoel dat is.”

Is het anders om lesbisch te zijn als je een beperking hebt dan wanneer je dat niet hebt?
“Ja, vrouwen zonder beperking kunnen veel makkelijker contact maken of ergens zelfstandig naar toe gaan. Ik kan dat eigenlijk ook wel, maar zij kunnen dat net iets beter. Ik vind het ook wel moeilijk omdat ik zo moeilijk iemand kan vinden. Vaak als ik dan iemand ontmoet, dan klikt het ook niet altijd.

“Met mijn handicap is het ook dat ik niet op uiterlijk let. Ik kijk alleen naar de binnenkant en of een vrouw lief is. Uiterlijk zegt voor mij niets; het maakt niet uit wat voor kleren iemand draagt. Daar ben ik niet mee bezig en dat vind ik ook niet belangrijk. Het gaat om de persoon en hun innerlijk, dat ze een lief karakter hebben en dat ik weet wat we aan elkaar hebben.”

Hoe ben je uiteindelijk uit de kast gekomen?
“Ik heb toen tegen die begeleider waar ik verliefd op was verteld: ‘Ik heb gevoelens voor jou, ik hou heel veel van jou.’ Maar dat mocht eigenlijk niet, omdat ze begeleiding was. Ik heb het op een gegeven moment ook tegen mijn ouders en vrienden verteld. Niet gelijk, maar uiteindelijk wel. Dat ging bij sommige vrienden wel goed, maar ik ben ook vrienden kwijtgeraakt. Daar was ik heel erg bang voor, om vrienden kwijt te raken, dus ik vond het eigenlijk wel eng.”

Voel je je nu wel geaccepteerd?
“Ja, door de meeste mensen wel, maar ik blijf het wel moeilijk vinden en ik ben nog steeds wel bang dat sommige mensen niet meer met me willen omgaan. Dat zijn dan ook geen echte vrienden, want echte vrienden nemen mij zoals ik ben. Van binnen en van buiten.”