Is religieus onderwijs nog wel van deze tijd?

Kerkliederen leren, uit de Bijbel lezen en de engel Gabriël spelen tijdens de kerstmusical. Zo ziet er het onderwijs er op een protestants-christelijke school of een katholieke school eruit. Tenminste, dat is het beeld dat mensen hebben van religie in het onderwijs. Het recht om deze scholen  op te richten, staat al sinds 1913 vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet: het recht van bijzonder onderwijs.  In 2017 meldde het CBS dat 70% leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs naar een school gaan met een godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag.  Kortom: ouders en kinderen kiezen nog steeds voor religieuze scholen. Maar het bijzonder onderwijs is al een tijdje in opspraak en veel mensen vinden dat artikel 23 aangepast moet worden.

Het EenVandaag Opiniepanel voerde een onderzoek uit en hieruit kwam dat 60 procent van de respondenten vóór afschaffing is van religieus onderwijs.  Dit resultaat werd besproken door de Tweede Kamer en daar zijn partijen zoals Groenlinks, D66  en VVD vóór het wijzigen van artikel 23 van de Grondwet. ChristenUnie, SGP en CDA zijn juist voor het behouden van artikel 23 zoals het nu is.  Nederlanders zijn, door artikel 23, vrij om te kiezen op welke school ze les willen volgen. Maar hoe ziet de toekomst van religie in het onderwijs eruit, als er veel mensen blijkbaar tegen zijn?

Cornelius Haga Lyceum
De discussie rondom artikel 23 is begonnen, nadat er een bepaalde school negatief in het nieuws kwam: het Cornelius Haga Lyceum, een middelbare school met een islamitische grondslag. De school was omstreden, omdat er in maart van dit jaar de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) naar buiten kwam met het nieuws dat de school banden zou hebben met een terroristische groepering, en dat er sprake zou zijn van salafisme. In mei kwam de Onderwijsinspectie met een heel ander rapport; er is geen sprake van salafisme en de school staat ”niet met de rug naar de samenleving”. De Nederlandse politiek  was in rep en roer, en het debat over artikel 23 werd aangewakkerd, onder andere over de toekomst van religie in het onderwijs. De organisaties VOS/ABB, de vereniging van openbare en algemeen toegankelijk scholen, en VOO,  de Vereniging voor Openbaar Onderwijs, strijden al jaren tegen denominatie van het onderwijs. Zij zijn ‘voor scholen die voor alle leerlingen toegankelijk zijn’. Een organisatie die daar lijnrecht tegenover staat, is Verus,  de vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs.

 

 

Religie en de ontwikkeling van een kind
De politiek en verschillende organisaties zijn constant in gesprek over religieus onderwijs.  Maar om erachter te komen of religieus onderwijs nog een toekomst heeft, moet er ook gekeken worden naar wat religie in het onderwijs met een kind doet. Wat leren kinderen op religieuze scholen nu echt, en wat voor invloed heeft dit op de ontwikkeling van een kind?  Elise Kollen is een oud pabostudent en studeert bijna af in pedagogiek, en heeft de nodige ervaring opgedaan in klaslokalen. Zij vertelt wat voor invloed religieus onderwijs heeft op een kind. Hiervoor reizen we af naar een andere middelbare school met een religieuze grondslag die een paar jaar geleden negatief in het nieuws kwam, namelijk het Avicenna College in Rotterdam. Gaat er geen belletje rinkelen? Misschien herken je de naam van de oude school: Ibn Ghaldoun.

 

 

Niet religieus, wel christelijk onderwijs
Elise Kollen praat vooral over hoe kinderen zich ontwikkelen tijdens hun tijd op de basisschool. Om te zien wat voor effect religie in het onderwijs echt heeft gehad, moeten we kijken naar iemand die zelf op een christelijke basisschool en middelbare school heeft gezeten. Sabine Lambrechts is iemand die al een tijdje klaar is met de basisschool en de middelbare school. Maar zelf is ze niet religieus, en dit is ze nooit geweest.

 

 

Nieuwe toekomst
Religieus onderwijs komt uit de tijd dat Nederland nog verdeeld was door middel van het geloof. Nu, iets meer dan 100 jaar later, is het beeld van religie in Nederland totaal veranderd. Uit cijfers van CBS blijkt dat in 2017 minder dan de helft van de Nederlandse bevolking aangeeft niet niet tot een religieuze groep te behoren. Als de Nederlandse samenleving zo aan het veranderen is, kan religie in het onderwijs ook daadwerkelijk blijven bestaan, zoals we dat nu kennen? Iemand die hier echt verstand van heeft, is iemand die lesgeeft aan toekomstige juffen en meesters: Erik Renkema, docent op de pabo-opleiding van Hogeschool Windesheim in Zwolle.

 

 

Hoewel scholen met een religieuze grondslag nog steeds populair blijven, is het duidelijk dat ouders meestal niet kiezen voor scholen omdat ze ‘bijzonder’ zijn. Ouders kiezen scholen die misschien wat dichterbij is, of die misschien niet zo ver fietsen is van huis. Desalniettemin moeten er niet vergeten worden dat ouders veel waarde hechten aan religie in het onderwijs, omdat scholen met een religieuze grondslag andere normen en waarden aanleren dan openbare scholen. De vrijheid om te kiezen voor een school die je wilt, is voor veel mensen nog steeds belangrijk. Religie in het onderwijs is er nu, en zoals Erik Renkema ook zei,verdwijnt voorlopig nog niet.