Het magazine voor vrijwilligers, gehandicapten en professionals

Recente artikelen

Tim leerde op zijn stage niet alleen zorgen, maar ook leven

Tim leerde op zijn stage niet alleen zorgen, maar ook leven

“Vooral met Johan kon ik goed overweg”, vertelt Tim terwijl hij een slok van zijn koffie neemt. Op eerste gezicht zou je zeggen dat er vrij weinig met hem aan de hand was. “Hij was zeg maar de meest capabele van het stel.” Johan werkte […]

De Zeehond en de vlaflip

De Zeehond en de vlaflip

“Wanneer krijgen we de vlaflip?”, vraagt één van de kinderen voor de zesde keer die ochtend. “Na de lunch”, antwoord de begeleidster nog eens. Het jongetje moet er even over nadenken, maar rijdt vervolgens glimlachend weg op z’n step-fiets combinatie. Een paar minuten later komt […]

Interview SW-student: Iris Knol

Interview SW-student: Iris Knol

Wat is je leeftijd?

Ik ben 21 jaar oud.

Wat wilde je vroeger worden?

Vroeger wilde ik altijd mijn eigen paardenranch hebben. Ergens in het buitenland, in Amerika of Australië.

Waarom heb je wel/niet ervoor gekozen om er voor te gaan?

Puur omdat het eigenlijk best lastig is, ik wilde eerst een goede basis hebben. Als ik ben afgestudeerd ben ik wel van plan om naar een van die landen te gaan. Om te reizen, werken en misschien alsnog mijn kinderdroom waar te maken. Het heeft namelijk altijd wel in mijn achterhoofd gezeten!

Waarom heb je deze opleiding gekozen? Wat aan Social Work sprak je het meeste aan?

Ik heb hiervoor MBO gedaan. Via deze weg ben ik in aanraking gekomen met de doelgroep ‘mensen met een verstandelijke beperking’. Ook heb ik een aantal maanden op een summercamp in de USA gewerkt. Hierdoor kwam ik er achter dat ik het begeleiden en ondersteunen van deze doelgroep, toch erg leuk vond. Ik merkte dat het bij mij paste en dat ik ‘mijn roeping’ als het ware gevonden had.

Wat mij het meeste aanspreekt, is dat je iets kan betekenen voor een ander. Soms negatief, soms positief. Maar als ik niet voor deze opleiding had gekozen, was er iemand anders geweest die mijn plek had ingenomen. Je maakt een deel uit van het geheel, en dat vind ik persoonlijk erg leuk. Je wordt gezien. En dat is mijn ervaring in het werkveld ook. Ze kunnen eigenlijk niet zonder je als je eenmaal binnen bent. Daarnaast speel je een rol in het leven van iemand anders. Je kan veel invloed hebben op het proces van iemands leven.

Wat heeft je getriggerd om voor de gehandicaptenzorg te kiezen?

Doordat ik in aanraking ben gekomen met de doelgroep. Ik wist voordat ik begon eigenlijk al dat ik dit profiel wilde gaan doen. Mijn interesse ligt hier gewoon. Ik vind dit leuker om later mee te werken dan de andere profielen waar we uit konden kiezen.

Waar kan je ’s nachts wakker van liggen?

Wanneer ik de volgende dag iets moet doen waarvoor ik moet presteren. Ik ben erg prestatiegericht en kan mezelf wel een beetje gek maken. Ik hoop dan dat de nacht zo snel mogelijk gaat eigenlijk.

Wat wil je bereikt hebben in vijf jaar?

Ik hoop binnen vijf jaar natuurlijk te zijn afgestudeerd, een baan te hebben en te wonen op een plek in de wereld waar ik het naar mijn zin heb.

 

Wat wil je bereikt hebben in tien jaar?

Binnen tien jaar hoop ik wat van de wereld te hebben gezien. Een wereldreisje staat nog steeds op mijn bucketlist. Verder heb ik het dan nog steeds naar mijn zin met datgene waar ik mee bezig ben, en hoop ik mijn beste vrienden nog steeds als beste vrienden te kunnen zien. Inmiddels woon ik samen en heb ik een aantal eigen paarden gekocht. Ook hoop ik dat mijn huidige pony nog steeds bij mij is.

Wat voor beroep zou je later graag willen doen?

Werken in de gehandicaptenzorg, misschien in combinatie met dierentherapie. De doelgroep kinderen spreekt mij het meeste aan. Hierin wil ik dan ook werkzaam zijn. Ook wil ik voor ouders in het thuisfront wat kunnen betekenen wanneer dit nodig is.

Is er iets wat je wilt veranderen in de (gehandicapten)zorg?

De enige ‘frustratie’ die ik op dit moment bij mezelf ervaar zijn de ‘regels’. Wanneer er een kind in een dusdanig slechte thuissituatie verkeert, moet er eerst nog heel lang worden gewacht op toestemming vanuit gemeentes en dergelijke. Zij moeten wachten op toestemming voordat zij bijvoorbeeld mogen beginnen op het KDC. De protocollen moeten dan worden afgewerkt, terwijl dit naar mijn mening soms in het nadeel is van de cliënt.

Paul.

Paul.

Mijn middelbare schooltijd ging niet van het leien dakje. Toen ik na de basisschool op het vwo terecht kwam, wist ik al snel dat dat niet voor mij was weggelegd. Bij de klas waar ik in zat, vol met kinderen die vele malen slimmer én […]

Toegankelijkheid zonder beperkingen

Toegankelijkheid zonder beperkingen

Begin deze maand werd de winnaar bekend gemaakt van de verkiezing ‘Meest Toegankelijke Gemeente 2018’. In het consumentenprogramma Kassa kreeg de gemeente Hardenberg de eerste prijs uitgereikt uit handen van minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zwolle, dat vorig jaar met de […]

Pleegkinderen met beperkingen

Pleegkinderen met beperkingen

“Zelf slapen we hierbeneden in een bedstee.” Ilse Serrarens beschrijft de plek die ze hebben weten te creëren. “Boven hebben we vier slaapkamers en er zit er ook een in de garage.” We zitten aan een keukentafel die voorzien is van genoeg stoelen voor iedereen in het huis. Daarachter staat een ruime leren hoekbank en een rode bioscoopbank met uitzicht op de televisie.

Als pleeggezin bieden moeder Ilse en vader Roland samen met hun biologische kinderen Ricardo en Jessie een thuis aan kinderen met een verstandelijke beperking. Op dit moment vormen ze met pleegkinderen Martin (13), Joyce (8) en Jeroen (7) een gezin van zeven in Vledderveen. Als je het parkietenduo, een tweetal katten en de 3 honden niet zou meetellen.

Huishouden van Jan Steen

“Bij ons draait het leven om het kind”, laat Roland weten. Dat betekent volgens hem dat je soms keuzes moet maken. “Moet je kiezen tussen stofzuigen of met de kinderen naar de speeltuin, dan is de keuze snel gemaakt”, zegt hij overtuigend. “Helaas”, vult Ilse snel aan. “Dan krijg je af en toe het huishouden van Jan Steen. Dat is dan niet anders.” Desondanks neemt Ilse er het liefst nog een pleegkind op. “In ieder geval in ons hart wel. Ons huis is alleen iets te klein”, laat ze weten.

Roland is inmiddels opgestaan om Joyce naar zwemles te brengen. “Zwemles heb ik nu naar de zaterdagochtend verplaatst omdat we dan met zijn tweeën zijn”, legt Ilse uit. Thuis kan Ilse alles prima zelf draaiende houden. Bij uitstapjes heeft ze wel wat hulp nodig. “Ze hebben constant structuur nodig”, vertelt Ilse. Zo beschrijft ze een moment waarop ze Martin meenam met de trein. “Je moet hem dan goed voorbereiden.” Toch kun je niet op alles voorspellen. “Als er bijvoorbeeld een ander soort trein aankomt dan normaal dan kan hij zomaar door het lint gaan.”

Martin is in de tussentijd aan komen lopen. “Speel maar wat op je keyboard”, verzoekt Ilse hem. “Hij woont inmiddels elf jaar bij ons.” Martin is net zoals Joyce door de jeugdbescherming uit huis gehaald vanwege een slechte gezinssituatie. Terwijl Ilse aan het vertellen is heeft Martin zijn plek achter het keyboard gevonden. Hij geniet terwijl hij aan de hand van noten stukjes van Martin Garrix tot Bach speelt.

Het waren niet altijd tijden van genot. “In oktober kwam hij bij ons en in december lag hij in het ziekenhuis.” Martin kon in het begin geen eten binnenhouden. “Er was nooit lichamelijk onderzoek gedaan”, klaagt Ilse. “Ik ben toen twee weken lang bij hem gebleven in het ziekenhuis, Roland regelde alles thuis.” Uiteindelijk bleek het een ontsteking aan de maagklep te zijn. “Door middel van maagzuurremmers en het opbouwen van eetgewoontes is Martin er weer bovenop gekomen.”

Ons gesprek wordt onderbroken door Joyce die thuiskomt. In haar hand heeft ze een balletje met daarin een speeltje. “Ze had voldoende stickers gespaard”, laat Roland weten terwijl hij de deur achter zich sluit. “Bij het zwemmen krijgen de kinderen wanneer ze het goed doen een sticker als beloning”, legt Ilse uit. “Als ze een kaart vol hebben geplakt mogen ze een speeltje uit de automaat halen.”

Joyce is iets langer dan een jaar geleden bij het gezin komen wonen. De biologische moeder van Joyce had in het begin veel moeite met de uithuisplaatsing. “Zij is heel boos op ons geweest”, vertelt Ilse op een begripvolle toon. Ze snapt heel goed dat haar moeder er moeite mee had. “Zij was het er niet mee eens, dat reageer je dan ook af op de mensen waar je kind gaat wonen.”

Het doel van de pleegzorg

Voor Martin is het tweetal inmiddels bezig met een aanvraag voor permanente voogdij. Toch is dat niet het doel van de pleegzorg. “Het doel is om het kind uiteindelijk weer in het biologische gezin terug te plaatsen”, vertelt Ronald die in de tussentijd aan tafel is komen zitten.

Later in de middag schuiven Jeroen, Joyce en Jessie aan tafel om ‘slijm’ te maken. “Goed mixen, en dan mag je gaan kneden”, vertelt Jessie enthousiast. Ze geeft instructies aan de rest van de groep. Joyce heeft het erg naar haar zin: “Kijk mama, ik heb blauw en rood bij elkaar gedaan, heel veel.” Ilse lacht. “Toen ze bij ons kwamen hebben we gezegd dat ze ons bij de voornaam kunnen noemen”, legt Ilse uit. Dat was niet van lange duur. “Je eigen kinderen zeggen mama en papa en dan gaan de andere kinderen daarin mee”, vertelt Roland. Volgens de twee moeten de biologische ouders daar wel even aan wennen. “Als je uitlegt waarom het gebeurd hebben ze daar dan wel begrip voor”, vertelt Ilse.

Tijdens een wandeling met de honden door het bos kon de kou de blijdschap van de kinderen niet bestrijden. Vrolijk laten ze hun zelfgemaakte vogelhuisjes zien. “Die hebben ze met behulp van een buurman gemaakt”, vertelt Ilse terwijl Joyce door het raampje van een van de huisjes kijkt of er iets in overwintert. Het is de afgelopen dagen erg koud geweest, dit blijkt uit de bevroren plassen. Terwijl Joyce vrolijk pirouetjes op het ijs draait trotseert Jeroen zijn angsten door een hand vast te pakken. “Mogen we schaatsen?”, vraagt Jessie aan Ilse bij thuiskomst. “Ja dat mag wel, maar alleen in de slootjes. Pak mijn oude schaatsen maar.” Terwijl Jessie naar de gang verdwijnt om de schaatsen te pakken, trekt Joyce haar jas weer aan. Samen schaatsen ze, hand in hand over het ijs.

 

Filmrecensie: What’s Eating Gilbert Grape

Filmrecensie: What’s Eating Gilbert Grape

What’s Eating Gilbert Grape is een verhaal over Gilbert Grape (Johnny Depp), die samen met zijn twee zussen de zorg heeft over zijn verstandelijk beperkte broertje Arnie (Leonardo DiCaprio) en zijn 250 kilo zware moeder Bonnie, die door haar omvang aan het bed gekluisterd is. […]

Michael.

Michael.

Toen ik tien jaar oud was, ontmoette ik een jongen op de verjaardag van mijn buurvrouw. Het was zonnig en we zaten in de tuin te eten. Toen we bijna klaar waren met eten, werd er op de deur geklopt. Een jongen van mijn leeftijd […]

De correcte term

De correcte term

Mongooltje, gestoorde, achterlijke, zwakzinnige. Vroeger werden deze termen als redelijk normaal beschouwd als je iemand met een beperking bedoelde. Tegenwoordig zijn deze termen natuurlijk al lang uit de tijd, omdat deze als denigrerend en kwetsend worden gezien. Maar is de term ‘verstandelijke beperking’ of ‘handicap’ eigenlijk wel juist? Welke termen worden tegenwoordig gebruikt en welke termen worden door de maatschappij geaccepteerd?

Jan Frederickx van steunpunt Handicap en Arbeid vindt het belangrijk dat werkgevers (en mensen in het algemeen) meer bewust worden gemaakt van de invloed dat taalgebruik heeft op bepaalde mensen. “Taal en het juiste taalgebruik rond handicap zijn enorm belangrijk in de context van werken en zoeken naar werk. Maar ook buiten het werkveld is het belangrijk dat mensen correcte termen gebruiken, omdat het bepaalde termen als beledigend kunnen worden beschouwd. We moeten weten wat we bedoelen wanneer we spreken over handicaps, beperkingen en ziekten.”

Frederickx deelt de termen op in drie categorieën van correctheid. Allereerst de groep die in alle gevallen fout is. “Dat zijn termen die gelukkig voor de meeste mensen al lang tot het verleden behoren. Echter worden termen zoals ‘mongooltje’ en ‘rolstoelpatiënten’ nog steeds gebruikt. Deze termen kunnen kwetsend of zalvend overkomen.”

In de tweede categorie zijn de termen die niet per definitie fout zijn, maar wel echt beter kunnen. “Termen als ‘gehandicapt’ en ‘blinde’ zijn niet incorrect, maar zijn te kort door de bocht. Als je iemand een ‘gehandicapte’ noemt, kan het bij de persoon in kwestie overkomen alsof hun beperking ook meteen hun identiteit is.”

Tot slot heb je de categorie met correcte termen. Dit zijn de termen die volgens het steunpunt Handicap en Arbeid als het meest acceptabel worden beschouwd. “Hieronder vallen de termen ‘personen met een functiebeperking’ en ‘personen met een handicap’. Met deze termen maak je duidelijk dat het gaat om een persoon met een beperking, in plaats van dat de beperking de persoon is.’

Deze termen worden door het steunpunt als het meest correct beschouwd, maar hoe denken mensen daar zelf over? Om daar achter te komen ben ik de straat op gegaan om de mensen van Assen te vragen welke term zij het meest acceptabel vinden om een persoon met een handicap mee aan te duiden. Zij kregen een keuze uit een aantal termen, variërend in mate van correctheid:  ‘Verstandelijk/lichamelijk beperkt’, ‘Gehandicapt’ of ‘Persoon met een functiebeperking’. Opvallend is dat van de 30 mensen die benaderd zijn, 25 mensen laatstgenoemde als meest acceptabel beschouwden. Vier mensen vonden ‘verstandelijk/lichamelijk beperkt’ het best en maar een enkeling was van mening dat ‘gehandicapt’ het meest correct is.

Het is dus duidelijk dat de meningen niet verdeeld zijn als het gaat om het juiste taalgebruik. Fredericx: “Uiteindelijk is het belangrijkste nog altijd dat mensen in hun waarde worden gelaten en dat mensen een positieve houding innemen tegenover een bepaalde groep. Als dat je vanuit die mentaliteit mensen benadert, dan volgt de juiste benaming vaak vanzelf.”

Hoe de veldweek mijn kijk op mensen met een beperking heeft veranderd

Hoe de veldweek mijn kijk op mensen met een beperking heeft veranderd

Iedereen heeft een bepaalde kijk op mensen met een beperking. Ik ben altijd al iemand geweest die mensen met een beperking hele bijzondere en inspirerende mensen vindt. Een van mijn beste vriendinnen heeft een beperking, maar eigenlijk merk je bijna niks aan haar. Tijdens mijn […]