Zon, zee en strand. Heb ik je aandacht? Dat dacht ik al. Ik wist dat je door zou lezen bij het zien van die drie woorden. Mijn naam is Marco Grimmon, ik ben student journalistiek en tot en met 18 juni woon ik aan de andere kant van de wereld. Links van mij staat een strawberry juice, rechts van mij een camera en op mijn voorhoofd kun je diepzeeduiken. “Dit is geen weer voor een blanke”, zou mijn moeder gezegd hebben. Misschien heeft zij daar gelijk in, maar wat is het een voorrecht om hier op Bali te zijn. En die zweetdruppels neem ik dan maar op de koop toe.

De komende maanden trek ik met een camera door het land om reportages te maken over ontwikkelingsprojecten. Medereisgenoten gaan werken op verschillende scholen, begeleiden kinderen in een weeshuis en voeren strijd tegen aids. Aan mij de taak om de camera op mijn schouder te zetten en vast te leggen wat er gebeurt. Deze filmpjes worden gebruikt om het onderwijs in Indonesië te verbeteren en om de volgende lichting studenten van de minor ISD beter voorbereid te laten vertrekken.

 

Maar voordat de nieuwe lichting dit geweldige cadeautje mag uitpakken, zit ik nog te genieten in het land waar je zo af en toe verschrikkelijk verbaasd bent. Het is gek om een agent vijftigduizend roepia (iets meer dan drie euro) te geven, omdat je je rijbewijs bent vergeten. Hij maakt vervolgens een vuistje van zijn hand, knikt en jij mag verder rijden. Op het begin even wennen, daarna wel handig om te weten dat je met een beetje geld op zak vaak wel je weg kunt vervolgen.

Korenveld

En die kleine cultuurshockjes komen vaker voor. Op het begin schrik je, maar voor sommige situaties kun je veel waardering opbrengen. Ik zal er ééntje voor je uitpakken, ik moet toch opdrogen na m’n duik in het zwembad. We liepen met de hele groep door de rijstvelden, waar vrouwen van een jaar of zeventig rijstkorrels uit de stengels sloegen. Trees zit op woensdagmiddag gezellig te klaverjassen met Truus en Trini, maar dat gaat hier niet op. Een AOW, dat kennen ze niet. En dus betekent een dag niet werken een dag geen inkomen.

Ik neem nog een slok van mijn drinken en vraag mij af hoe ik jou verder mee kan nemen in dit avontuur, maar ergens weet ik dat het niet mogelijk is. Je moet het ervaren om het te kunnen begrijpen. “We reden over steile, kapotte weggetjes met naast ons een afgrond die je veertig meter zou laten zweven voordat je landt.” “Oh, dat is eng!” “Het is hier elke dag dertig graden en je verbrandt levend op je scooter!” “Poeh, dat is wel erg warm zeg.” Meer dan die antwoorden kun je niet verwachten van mensen die hier nooit geweest zijn. Maar doe, ontdek, zie, beleef, leer en sta open voor al het moois dat dit land en de wereld je te bieden heeft. Geniet! Het leven is zo veel mooier dan de binnenstad van Zwolle, je eigen provincie en je eigen land.

Het zachte briesje verliest ondertussen het gevecht van de zweetdruppels op mijn voorhoofd. Daar gaat er weer eentje. Ik noem je kabahagiaan, dat in het Indonesisch staat voor geluk. Hij vindt zijn weg naar mijn kin om vervolgens een dodemansvlucht naar de stenen vloer te maken. Pats, daar landt hij. En vanaf de grond kijkt kabahagiaan zo’n kleine twee meter omhoog, recht in mijn ogen. Ik kom naast hem liggen en samen beginnen we te lachen. We hebben beide ons plekje gevonden op de Balinese bodem.

Print Friendly, PDF & Email